Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4983

Rechtbank 's-Gravenhage · 23-05-2002 · zaaknummer AWB 01/3416 MPW

Bestuursrecht; Bestuursrecht; AmbtenarenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De leden 5 en 6 van art. 9 van de bijlage bij de Conversieregeling militaire pensioenen zijn onverbindend wegens strijd met (de strekking van) de Kaderwet. Eiser is medegedeeld dat diens pensioen per 1 juni 2001 is overgedragen van het Ministerie van Defensie naar het ABP. Zijn pensioen is daarbij opnieuw berekend, maar ongewijzigd gebaseerd op 40 dienstjaren en een pensioengrondslag van f. 122.322,86 bruto per jaar. Eiser heeft o.a. bezwaar gemaakt tegen de pensioengrondslag. Eisers bezwaren zijn (kennelijk) ongegrond verklaard. De rechtbank kan niet anders concluderen dan dat het de bedoeling van de formele wetgever is geweest dat, daargelaten eventuele wijzigingen van een pensioen op grond van het Pensioenreglement (PR), de conversie zelf geen nadelige gevolgen voor de rechthebbenden zou hebben en dat zulks ook is beoogd vast te leggen in art. 3.3 Kaderwet. Toepassing van het bepaalde in het vijfde en zesde lid van art. 9 van de bijlage bij de conversieregeling brengt evenwel met zich mee dat een gedeelte van de op het omzettingsmoment op grond van de vervallen pensioenwetten bestaande blijvende pensioenaanspraak, namelijk het gedeelte waarvoor na het omzettingsmoment een garantietoelage wordt gegeven, wordt omgezet in een aanspraak, die in tegenstelling tot voorheen slechts een tijdelijk karakter draagt. Doordat op het omzettingsmoment een gedeelte van de vaste pensioenaanspraak wordt omgezet in een tijdelijke pensioenaanspraak (de garantietoelage) vindt er bij de omzetting van het militaire pensioen een aantasting van de bestaande - militaire - pensioenaanspraak plaats, die naar het oordeel van de rechtbank zich niet verdraagt met het hiervoor aangeduide uitgangspunt dat voor de omzetting in art. 3 van de Kaderwet is neergelegd. Het enkele feit dat het pensioen op de datum van de omzetting nominaal (nog) gelijk blijft doet daaraan niet af. De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat het bepaalde in het vijfde en zesde lid van art. 9 van de bijlage bij de conversieregeling in strijd is met de (strekking van de) Kaderwet en dat deze leden om die reden onverbindend zijn. Het bestreden besluit komt derhalve, voor zover het is gebaseerd op het bepaalde in voormelde leden, wegens strijd met de wet voor vernietiging in aanmerking. Beroep gegrond. Staatssecretaris van Defensie, verweerder. mrs. M. Kramer, A.A.M. Mollee en L.J.W.E. Brand, schout-bij-nacht b.d. van de Koninklijke Marine (militair lid) Kaderwet militaire pensioenen (Wet van 13 december 2000, Stb. 2001, nr. 37) 2, 3 Conversieregeling militaire pensioenen (Ministeriële Regeling van 21 mei 2001, nr. P/2001002775, Stcrt. 23 augustus 2001, nr. 162), bijlage 9.5, 9.6

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Defensie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Defensie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.