Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4561

Rechtbank 's-Gravenhage · 15-05-2002 · zaaknummer AWB 02/33066 BEPTDN GZ, 02/33072

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Armenië / gemengde afkomst. Eiser is een kind van een etnisch Azeri-vader en etnisch Armeense moeder en afkomstig uit Armenië, waaruit hij in 1988 is vertrokken. In 1998 is hij getrouwd met een vrouw die de nationaliteit van de Russische Federatie heeft. Eiser stelt door zijn moeder te zijn opgevoegd en zich Armeens te voelen. Verweerder gaat er derhalve vanuit dat eiser etnisch Armeens is en dat hij zich dus, met zijn vrouw, in Armenië kan vestigen teneinde zich aan de problemen in de Russische Federatie te onttrekken. De rechtbank overweegt dat eiser dient te worden aangemerkt als een persoon van gemengde afkomst. In het ambtsbericht van 13 augustus 2001 wordt een en ander vermeld over de positie van (half)-Azeri in Armenië. Eiser is evenwel in 1988 uit Armenië vertrokken en is dus niet, zoals de hiervoor genoemde categorie, in de Armeense samenleving geïntegreerd. Het voornoemde ambtsbericht laat zich niet expliciet uit over de mogelijke problemen, of de afwezigheid daarvan, die (half-)Azeri bij terugkeer in Armenië zullen ondervinden. Wel wordt gesteld dat het aanhouden van een laag profiel door Azeri’s nog steeds verstandig lijkt. Indien voorts bij de beantwoording van de vraag of eiser naar Armenië terug kan keren wordt betrokken het door verweerder ten aanzien van Armenië gevoerde beleid, zoals dat is neergelegd in hoofdstuk C8 Vc 2000, waarin wordt gesteld dat voor etnische Azeri (inclusief personen van gemengde afkomst met een Azeri-vader) gezien de algemene situatie in Armenië sprake kan zijn van een situatie waarin terugkeer een reëel risico van schending van artikel 3 EVRM oplevert, is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich niet zonder meer op het standpunt heeft kunnen stellen dat de eiser terug kan keren naar Armenië. De rechtbank verbindt aan het vorenstaande de conclusie dat het besluit niet berust op een deugdelijke motivering als bedoeld in artikel 3:46 Awb. De bestreden beschikking komt voor vernietiging in aanmerking zodat het beroep gegrond wordt verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de motivering die in de beschikking van eiseres is gegeven met betrekking tot de afgeleide aanspraken van eiseres, de conclusie van verweerder tot afwijzing van de aanvraag niet langer kan dragen. Het besluit berust derhalve niet op een deugdelijke motivering als bedoeld in artikel 3:46 Awb. Beroep gegrond.

Rechters

Advocaten

  • P. Bouman

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.