ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4554
Rechtbank 's-Gravenhage · 22-05-2002 · zaaknummer AWB 01/67498 VISUM GR
Inhoudsindicatie
Mvv / gezinsleven / positieve verplichting. Ten aanzien van het bestaan van een positieve verplichting eiseres hier te lande verblijf toe te staan teneinde gezinsleven met haar moeder uit te kunnen oefenen overweegt de rechtbank als volgt. Eiseres heeft zich beroepen op de uitspraak van het EHRM van 21 december 2001 en gesteld dat de situatie die daar voorlag vergelijkbaar is met de situatie van eiseres. Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat bovengenoemde zaak verschilt van de onderhavige zaak en eiseres dus niet met succes een beroep kan doen op de uitspraak van het EHRM. Ofschoon de rechtbank verweerder volgt in de stelling dat de onderhavige zaak op onderdelen verschilt van de zaak die aan het EHRM ter beoordeling is voorgelegd, is de rechtbank van oordeel dat niet op voorhand kan worden gesteld dat de zaken dusdanig van elkaar verschillen dat het door het EHRM ten aanzien van de gezinsband overwogene niet van toepassing zou zijn op de situatie van eiseres. Immers, ook referente heeft haar kind in China achtergelaten bij de grootouders van eiseres en ook deze keuze kan niet worden opgevat als een besluit om nooit meer in gezinsverband te gaan leven. De omstandigheid dat referente ten behoeve van eiseres een aanvraag voor een mvv heeft ingediend en sinds haar vertrek uit China contact heeft onderhouden met haar dochter geeft daar reeds blijk van. Bovendien is referente sinds april 2000 in het bezit van een verblijfsvergunning voor Nederland en heeft zij inmiddels de Nederlandse nationaliteit verkregen. Voorts heeft referente een relatie met een Nederlandse man en woont zij met hem samen. Ter zitting is gebleken dat zij inmiddels met elkaar zijn gehuwd. Dat er onder die omstandigheden ernstige bezwaren bestaan tegen hereniging in China acht de rechtbank niet ondenkbaar, te meer daar van de Nederlandse partner van referente niet verlangd kan worden haar naar China te volgen aangezien hij daar nooit heeft gewoond en zijn economische activiteit in de zin van (deelname in dan wel eigendom van) een of meerdere bedrijven in Nederland heeft. Of toelating van eiseres tot Nederland in die context de meest aangewezen weg is om het gezinsleven tussen haar en haar moeder te effectueren is een vraag die, tegen de achtergrond van de vraag of referente in redelijkheid voor de keuze kan worden geplaatst om of afstand te nemen van hetgeen zij in Nederland heeft opgebouwd of af te zien van het gezelschap van haar dochter, door verweerder niet is beantwoord. Gelet op het voorgaande heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd of sprake is van een positieve verplichting om eiseres hier te lande verblijf toe te staan teneinde het gezinsleven met haar moeder te kunnen uitoefenen. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- B.M. van Ham-Oude Elferink
- M.J. van der Pijl
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
