ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4535
Rechtbank 's-Gravenhage · 08-05-2002 · zaaknummer AWB 01/9799 OVERIO C
Inhoudsindicatie
Afgeleide vluchtelingenstatus. Verweerder stelt dat eiser, een Irakees, geen aanspraak heeft op een afgeleide vluchtelingenstatus omdat geen sprake is van nareis binnen een redelijke termijn van zes maanden. De rechtbank volgt verweerder niet. De rechtbank gaat ervan uit dat de redelijke termijn aanvangt op de dag ná de bekendmaking van het besluit, waarbij de hoofdpersoon is toegelaten als vluchteling. Eisers echtgenote is op 4 juli 1997 toegelaten als vluchteling. De redelijke termijn is dus op zijn vroegst aangevangen op 5 juli 1997. Ten behoeve van eiser is op 4 januari 1998 een mvv-aanvraag ingediend. Dit is binnen zes maanden. Dat de procedure om verlening van een mvv is geëindigd omdat eiser geen bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit tot weigering van een mvv, betekent niet dat voor het antwoord op de vraag of sprake is van nareis binnen een redelijke termijn, niet zou moeten worden uitgegaan van de datum van indiening van de mvv-aanvraag. Beroep gegrond; de rechtbank voorziet zelf in de zaak.
Rechters
Advocaten
- M.A. Buys
- M.E. Minkes
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
