ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4493
Rechtbank 's-Gravenhage · 23-05-2002 · zaaknummer AWB 01/66139, 01/49327 e.v
Inhoudsindicatie
Overgangsrecht / rechtsgevolgen. Verweerder heeft na 1 april 2001 beslist op het voor die datum ingediende bezwaarschrift. In geschil is met toepassing van welk recht verweerder had dienen te beslissen op het bezwaar. Ingevolge artikel 7:11 Awb dient op grondslag van het bezwaar een volledige heroverweging van het primaire besluit plaats te vinden. Uitgangspunt is dat de beslissing op bezwaar wordt genomen met inachtneming van de feiten en omstandigheden ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar en de op dat moment geldende rechts- en beleidsregels. In geval van wijziging van de wet in formele zin hangende de bezwaarprocedure zal het besluit op bezwaar dus moeten worden genomen met toepassing van de nieuwe wet, tenzij een overgangsregeling is getroffen. In de Vw 2000 is hierover geen andersluidend overgangsrecht opgenomen. Artikel 118, tweede lid, Vw 2000 bevat slechts overgangsrecht voor het procedurerecht voor bezwaren die voor de inwerkingtreding van de Vw 2000 zijn gemaakt. Het overgangsrecht van de Vw 2000 houdt in dat verblijfstitels waarover de vreemdeling beschikt en verleend onder de oude Vw op basis van artikel 115 Vw 2000 per 1 april 2001 van rechtswege zijn omgezet in verblijfsvergunningen op grond van de Vw 2000, alsmede dat na 1 april 2001 nog slechts verblijfsvergunningen op grond van de Vreemdelingenwet 2000 verleend kunnen worden. Met het bezwaar tegen de niet-inwilliging van de aanvragen om toelating als vluchteling beogen verzoekers te bereiken dat verweerder zijn eerdere besluiten herroept en de (van rechtswege als aanvraag onder de Vw 2000 aangemerkte) inleidende aanvragen honoreert. In dat geval zal een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend worden. De bestreden besluiten, waarin de bezwaarschriften van verzoekers ongegrond zijn verklaard, strekken derhalve tot afwijzing van hun aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en zijn daarmee meeromvattende beschikkingen in de zin van artikel 45 Vw 2000. Gelet op de uitspraak van de 2 april 2002 is de voorzieningenrechter van oordeel dat, nu hiervoor reeds is geoordeeld dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat verzoekers niet voor een verblijfsvergunning asiel in aanmerking komen, er geen ruimte bestaat om de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten op hun eigen merites te beoordelen. Ook indien de van rechtswege beëindiging van de opvang in het onderhavige geval niet redelijk zou zijn, kan dit niet leiden tot vernietiging van de bestreden besluiten. De voorzieningenrechter zal om die reden niet mogen beoordelen of de rechtsgevolgen van de bestreden beschikking onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
