ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3498
Rechtbank 's-Gravenhage · 07-03-2002 · zaaknummer AWB 02/11569
Inhoudsindicatie
Bewaring / staandehouding / binnentreden. De rechtbank is van oordeel dat uit het hierboven aangehaalde proces-verbaal onvoldoende duidelijk blijkt door wie van de bewoners en op welke wijze toestemming tot binnentreden is verleend. Dit klemt des te meer nu de in het pand aangetroffen bewoners, waaronder de vreemdeling, van Bulgaarse afkomst zijn en de Nederlandse taal kennelijk niet beheersen. Het proces-verbaal vermeldt echter niet in welke taal de toestemmingverlenende bewoner door de (politie-) ambtenaren is aangesproken. Het standpunt van verweerder dat in casu is voldaan aan de vereiste zoals gesteld in hoofdstuk A3, paragraaf 2.6, Vc 2000 volgt de rechtbank niet in zoverre dat de enkele vaststelling dat vermoedelijk sprake was van een bewoner niet voldoende is om tevens te kunnen vaststellen dat deze bewoner op de in het voorgaande omschreven wijze toestemming heeft kunnen verlenen. Het is immers niet duidelijk geworden of de toestemmingverlenende bewoner in een taal die hij kon verstaan is geïnformeerd en om toestemming tot binnentreden is gevraagd. Nu verweerder onvoldoende duidelijkheid heeft kunnen verschaffen over de feitelijke gang van zaken rond de binnentreding, is de rechtbank van oordeel dat de consequenties voor deze bewijsnood voor rekening en risico van verweerder dient te blijven. Nu verweerder niet aannemelijk heeft weten te maken dat het pand waarin de vreemdeling is staandegehouden met toestemming van de bewoner is betreden, kan de bevoegdheid tot binnentreding nog slechts worden ontleend aan artikel 2 Awbi. Ingevolgde dat artikel is voor het binnentreden van het pand zonder toestemming van de bewoner een schriftelijke machtiging vereist. De rechtbank stelt vast dat niet is weersproken dat een dergelijke machtiging ontbreekt. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval het binnentreden van het pand onbevoegd heeft plaatsgevonden. Beroep gegrond, toekenning schadevergoeding.
Rechters
Advocaten
- P.C.M. van Schijndel
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
