ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3456
Rechtbank 's-Gravenhage · 14-02-2002 · zaaknummer AWB 01/32787 OVERIN H
Inhoudsindicatie
Ongewenstverklaring / uitzetting. Een ongewenstverklaarde vreemdelinge wenst schorsende werking hangende een aanvraag van 20 juli 2000 tegen niet inwilliging van aanvraag om verlening van een vtv klemmende redenen van humanitaire aard, en wenst subsidiair verblijf bij dochter, c.q. verblijf bij partner. Dit verzoek dient beantwoord te worden tegen de achtergrond van het oude recht. Hierin ontbrak een met de in het huidige artikel 61 Vw 2000 opgenomen vertrekplicht vergelijkbare regeling. Aangezien artikel 67, derde lid, Vw 2000 in dit geval evenmin een rol speelt, kan de enkele omstandigheid dat verzoekster ongewenst is verklaard, niet met zich brengen dat het haar niet is toegestaan de behandeling van haar aanvraag in Nederland af te wachten. In hoofdstuk A6/4.2.1 Vc-1994 staat - voor zover van belang - vermeld dat de beslissing op een aanvraag om toelating in de regel in Nederland mag worden afgewacht. De vreemdeling kan echter niettemin worden uitgezet indien er gevaar bestaat voor de openbare orde. Zolang verweerder nog geen besluit heeft genomen over de uitzetting, mag verzoekster de aanvraag in Nederland afwachten.
Rechters
Advocaten
- D.G. Metselaar
- M.A. Eckhardt
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
