ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3445
Rechtbank 's-Gravenhage · 27-03-2002 · zaaknummer AWB 02/19141
Inhoudsindicatie
Bewaring / rechtsbijstand. De vraag rijst of in deze zaak aan het recht op rechtsbijstand op grond van artikel 5.2 Vb 2000, zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk A5/5.3.4 Vc 2000, op de juiste wijze gestalte is gegeven. In casu heeft de vreemdeling verklaard een advocaat bij het gehoor in het kader van de ophouding te willen. Hem is vervolgens medegedeeld dat de advocaat kennelijk niet bereikbaar is. Naar het oordeel van de rechtbank betekent de verklaring van de vreemdeling dat de verbalisant verder kan gaan met het gehoor niet dat de vreemdeling afziet van het recht op rechtsbijstand tijdens dit gehoor, maar slechts dat hij zich neerlegt bij de feitelijke gang van zaken. De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte uit de verklaring van de vreemdeling direct voorafgaand aan het gehoor in het kader van de inbewaringstelling heeft afgeleid dat hij afzag van rechtsbijstand tijdens dat gehoor. Een redelijke lezing van de zinsnede van de vreemdeling dat hij er geen bezwaar tegen heeft gehoord te worden zonder de aanwezigheid van een advocaat in het proces-verbaal van verhoor voorafgaande aan de inbewaringstelling, leidt naar het oordeel van de rechtbank logischerwijs tot de conclusie dat de vreemdeling slechts heeft herhaald dat wat hij reeds bij het gehoor in het kader van de ophouding heeft verklaard. Dit komt erop neer dat de vreemdeling zich neerlegt bij de gang van zaken, nu er geen advocaat bereikbaar was. Eiser heeft dan ook niet afgezien van het recht op rechtsbijstand. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat het in acht nemen van de wachttijd van twee uur zoals neergelegd in hoofdstuk A5/5.3.4.2 Vc 2000 niet nodig was, omdat eiser heeft verklaard af te zien van het recht op rechtsbijstand bij zijn gehoor, voorafgaande aan de inbewaringstelling. De rechtbank is van oordeel dat de twee uur wachttijd ten onrechte niet in acht is genomen. Dit zou anders zijn indien de vreemdeling erop was gewezen dat, nu er geen advocaat bereikbaar was, er twee uur diende te worden gewacht alvorens het gehoor te beginnen en de vreemdeling vervolgens afziet van het wachten op een advocaat. De rechtbank is van oordeel dat in casu het recht op rechtsbijstand is geschonden en dat dit leidt tot onrechtmatigheid van de bewaring. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- H. Langenberg
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
