ECLI:NL:RBSGR:2002:AE2668
Rechtbank 's-Gravenhage · 05-03-2002 · zaaknummer AWB 01/37426
Inhoudsindicatie
Somalië / vrouwenbesnijdenis. Verzoekster heeft, mede ten behoeve van haar drie minderjarige kinderen, een aanvraag ingediend om toelating als vluchteling. Verzoekster heeft daarbij aangegeven het niet eens te zijn met de situatie omtrent vrouwenbesnijdenissen. Twee van haar dochters zijn reeds besneden en verzoekster wil haar jongste dochter hiervoor behoeden. De voorzieningenrechter vat dit relaas aldus op dat verzoekster betoogt dat haar jongste dochter bij terugkeer naar Somalië een onmenselijke behandeling te wachten staat als bedoeld in artikel 3 EVRM. Verweerder heeft het beroep op dit artikel - gezien het bepaalde in de Vc 2000 onder hoofdstuk C1/4.3.2 - onvoldoende gemotiveerd verworpen door geen nader onderzoek in te stellen naar de wil van verzoeksters jongste dochter, dan wel naar verzoeksters wil, om met de traditie van vrouwenbesnijdenis te breken. Verweerder heeft, door de enkele verwijzing naar de twee oudere dochters die wel besneden zijn, het recht van de jongste dochter om samen met verzoekster een afweging in dezen te maken, miskend. Voorts kan verweerder niet gevolgd worden in zijn stelling dat de jongste dochter genitale verminking kan ontlopen indien verzoekster zich met haar kinderen in het veilige noorden van Somalië vestigt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze bewering in strijd is met het gestelde in het ambtsbericht van 12 juni 2001, waarin vermeld staat dat het in Somalië voor een vrouw vrijwel onmogelijk is om zich te onttrekken aan een besnijdenis. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen het noorden en de rest van Somalië. Nu het bestreden besluit een draagkrachtige motivering ontbeert waar het betreft de vraag of verwijdering van verzoekster en haar kinderen schending van het in artikel 3 EVRM bepaalde oplevert, heeft het bezwaar van verzoekster op dit punt een redelijke kans van slagen. Toewijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- G. Jairam
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
