Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1951

Rechtbank 's-Gravenhage · 14-03-2002 · zaaknummer AWB 01/18103

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Overgangsrecht / doorprocederen / procesbelang. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de aard van de rechtsbescherming, zoals die in Awb en de Vw 2000 ligt besloten, dat de rechtzoekende zich nu juist niet op het bestuursorgaan hoeft te verlaten, maar zich tot de onafhankelijke rechter kan wenden met de vraag of zijn aanspraken door het bestuursorgaan naar behoren zijn vastgesteld. Daarmee staat het belang van de rechtzoekende vast. Dat het rechterlijk oordeel geen wijziging brengt in de materiële rechtspositie van de rechtzoekende leidt niet tot de conclusie dat de rechtzoekende daardoor geen belang zou hebben bij het instellen van beroep. In artikel 8:54 Awb is bepaald dat de rechtbank (in voorkomende gevallen) het beroep kennelijk ongegrond kan verklaren. Slechts indien buiten redelijke twijfel is dat appellant geen als rechtzoekende te beschermen belang kan hebben bij een oordeel van de rechter bestaat grond om het beroep (alsnog) niet-ontvankelijk te verklaren. Van een dergelijke uitzondering is niet gebleken. De Vw 2000 gaat uit van een volgtijdelijk vergunningensysteem. Dit houdt voor asielzaken in dat in eerste instantie één soort vergunning bestaat, te weten de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die op verschillende gronden kan worden verleend. Daaraan verbonden is het voorzieningenniveau waarop verdragsvluchtelingen aanspraak kunnen maken, ongeacht de verleningsgrond. Hiermee wordt beoogd het doorprocederen voor een ‘betere’ status te voorkomen. Eerst op het moment dat een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt ingetrokken wordt beoordeeld of er een andere grond is waarop de vergunning moet worden verleend. Dit ligt in de wettelijke bepalingen en het systeem van de Vw 2000 besloten. De bezwaren van eiser tegen het bestreden besluit kan in elk geval in het kader van het onderhavige beroep niet leiden tot het oordeel dat de door eiser aan de Vw 2000 te ontlenen aanspraken door verweerder niet op deugdelijke wijze zijn vastgesteld in het bestreden besluit. Daarvan is ook overigens niet gebleken. In het bijzonder is niet gebleken dat het bestreden besluit in strijd is te achten met de verplichtingen die voortvloeien uit de naleving van het Vluchtelingenverdrag, artikel 3 EVRM, artikel 3 Antifolterverdrag en artikel 7 Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten. Beroep ongegrond.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.