Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1932

Rechtbank 's-Gravenhage · 02-04-2002 · zaaknummer AWB 00/68785, 00/68792

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Witte-illegalenbeleid / contra-indicaties / schijnhuwelijk. De rechtbank acht eisers nog immer gehandhaafde stelling, dat hij bij de afdeling Bijzondere Onderzoeken van de Sociale Dienst nooit heeft verklaard dat zijn huwelijk met een Nederlandse vrouw een schijnhuwelijk betrof, ongeloofwaardig. Eisers verklaring dat de rapportage van zijn gehoor op 2 april 1996 door de Sociale Dienst berust op vertaalfouten van de Turkse tolk acht de rechtbank een zwaktebod. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder in eisers stelling in de onderhavige procedure dat hij bij het later, in juli/augustus 1996 afgenomen verhoor door de vreemdelingendienst Dordrecht, anders dan deze rechtbank heeft overwogen in haar eerdergenoemde uitspraak, niet werd bijgestaan door een tolk geen aanleiding hoefde te zien om thans tot een ander oordeel te komen. De rechtbank overweegt daartoe, evenals in haar eerdere uitspraak, dat het hele beeld dat uit deze zaak oprijst het vermoeden van een schijnhuwelijk bevestigt. Nu eiser door het aangaan van een schijnhuwelijk de schijn van legaliteit heeft gewekt teneinde toelating in Nederland te bewerkstelligen, geldt dit als een contra-indicatie voor een geslaagd beroep op TBV 1999/23. De rechtbank is voorts van oordeel dat de medische situatie van eiser - nog afgezien van het feit dat deze een gevolg is van door eiser zelf gemaakte keuzes - er in combinatie met de overige factoren in deze zaak niet toe leidt dat het van onbedoelde hardheid zou getuigen eiser een vtv te onthouden. De weigering om eisers verblijf toe te staan, betekent geen schending van het recht op eerbiediging van het familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM. Immers eisers zullen hun familie- of gezinsleven in Turkije kunnen voortzetten. Het beroep van eisers op het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) faalt eveneens. De rechtbank stelt voorop dat kernbepalingen uit het verdrag - te denken valt aan artikel 3 IVRK - naar hun aard, inhoud en strekking wel degelijk rechtstreeks werkend zijn. Dit brengt echter nog niet met zich mee dat verweerder gehouden zou zijn om de belangen van de kinderen dermate centraal te stellen dat de ouders, niettegenstaande een contra-indicatie, verblijf hier zou moeten worden toegestaan. In het kader van TBV 1999/23 geldt dat de keerzijde van verweerders beleid dat bij een geslaagd beroep op dat TBV het hele gezin van de aanvrager ongetoetst voor toelating in aanmerking komt, is dat in het omgekeerde geval, zoals het onderhavige, de contra-indicatie onjuiste gegevens doorwerkt in de afhankelijke aanvragen van eiseres en de kinderen. Dezen worden thans in redelijkheid en op goede gronden geconfronteerd met de keuzes, die destijds welbewust door eiser zijn gemaakt. De gedwongen terugkeer van de kinderen naar Turkije verschilt niet wezenlijk van de situatie van andere kinderen van hun leeftijd die met hun ouders (r)emigreren. Beroep ongegrond.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.