ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1428
Rechtbank 's-Gravenhage · 17-01-2002 · zaaknummer AWB 01/67853
Inhoudsindicatie
Bewaring / weigeren toegang. De vreemdeling, een staatloze Palestijn, verblijft in de vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 6, eerste lid, Vw 2000 en is in afwachting van een beslissing van verweerder op zijn bezwaarschrift inzake een reguliere verblijfsvergunning. Op grond van artikel 8, aanhef en onder h, Vw 2000 heeft de vreemdeling onder meer rechtmatig verblijf in Nederland wanneer hij in afwachting is van de beslissing op een bezwaarschrift, terwijl bij of krachtens deze wet of op grond van een rechterlijke beslissing uitzetting van de aanvrager achterwege dient te blijven totdat op het bezwaarschrift is beslist. In artikel 73, eerste lid, Vw 2000 is onder meer bepaald dat de werking van een besluit tot afwijzing van de aanvraag van de verblijfsvergunning wordt opgeschort totdat de termijn voor het maken van bezwaar is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt, totdat op het bezwaar is beslist. In dergelijke gevallen blijft uitzetting achterwege totdat op het bezwaar is beslist. Dit impliceert tevens dat het verblijf van de vreemdeling gedurende de bezwaarperiode als regel rechtmatig is als bedoeld in artikel 8 Vw 2000. De gemachtigde van de vreemdeling heeft aangevoerd dat, nu artikel 73, vierde lid, Vw 2000 de maatregel van artikel 6 Vw 2000 niet vermeldt als uitzondering, terwijl dat wel geldt voor de maatregel van artikel 59 Vw 2000, de werking van het bestreden besluit wordt opgeschort. De reden echter dat de wetgever artikel 73, vierde lid, Vw 2000 heeft opgenomen, is gelegen in het feit dat de vreemdeling die krachtens artikel 59 Vw 2000 in bewaring is gesteld op grond van het bepaalde in artikel 8, aanhef en sub h, Vw juncto artikel 73, eerste lid, Vw 2000 ook in bewaring nog rechtmatig verblijf zou hebben en hij dus niet zou kunnen worden uitgezet, alvorens zou zijn beslist op zijn bezwaarschrift tegen de afwijzing van zijn aanvraag. Op deze grond is het noodzakelijk rechtmatig verblijf te ontnemen aan vreemdelingen die op grond van artikel 59 Vw 2000 in bewaring zijn gesteld. Van rechtmatig verblijf kan slechts sprake zijn indien de vreemdeling toegang tot Nederland is verleend. Voor vreemdelingen die op grond van artikel 3 Vw 2000 de toegang is geweigerd is nooit rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8 Vw 2000 ontstaan. Voor deze vreemdelingen geldt op grond van artikel 5, eerste lid, Vw 2000 onverkort de verplichting Nederland onmiddellijk te verlaten. In het onderhavige geval is van toegang tot Nederland geen sprake. Naar het oordeel van de rechtbank vindt artikel 73, eerste lid, Vw 2000 alleen toepassing in die gevallen waarin de vreemdeling toegang tot Nederland heeft. Aldus vloeit uit de systematiek van de wet voort dat artikel 73 Vw 2000 niet van toepassing is in die gevallen waarin de vreemdeling op grond van artikel 3 Vw 2000 de toegang is geweigerd.
Rechters
Advocaten
- H. Hanoeman
- K. van Koutrik
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
