ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0885
Rechtbank 's-Gravenhage · 12-03-2002 · zaaknummer AWB 01/26860
Inhoudsindicatie
Myanmar / Rohingya / artikel 3 EVRM. De rechtbank is van oordeel, dat gelet op de informatie welke is overgelegd met betrekking tot de positie van Rohingya's in Myanmar, onvoldoende is gemotiveerd dat eiser - als lid van de Rohingya-bevolkingsgroep - bij terugkeer naar Myanmar geen reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM. De rechtbank overweegt hiertoe dat uit de beschikbare documentatie met betrekking tot Myanmar blijkt dat in beginsel iedere Myanmarees door de autoriteiten kan worden verplicht tot het verrichten van dwangarbeid. Leden van niet-boeddhistische minderheidsgroepen, zoals de Rohingya's, lopen evenwel een verhoogd risico lopen hiertoe te worden gedwongen. Ook overigens is de positie van leden van minderheidsgroepen, zoals de Rohingya's, in Myanmar zorgwekkend. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat thans onvoldoende duidelijkheid om te kunnen beoordelen welke risico's eiser, als lid van de Rohingya-bevolkingsgroep, bij terugkeer naar Myanmar loopt. De rechtbank kent in dit verband mede betekenis toe aan de omstandigheid dat geen algemeen ambtsbericht beschikbaar is met betrekking tot de mensenrechtensituatie in Myanmar. Nog daargelaten de vraag of de verplichting tot het verrichten van dwangarbeid gedurende één dag per week aanvaardbaar moet worden geacht, is gezien het hiervoor overwogene onvoldoende gemotiveerd dat eiser bij verwijdering naar Myanmar geen reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- A.A. Spoel
- J.M. Niemer
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
