ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0883
Rechtbank 's-Gravenhage · 12-02-2002 · zaaknummer AWB 01/1976 OVERIO
Inhoudsindicatie
Overgangsrecht / doorprocederen / procesbelang. Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van vóór 1 april 2001, waarin op eisers aanvraag om toelating als vluchteling afwijzend is beschikt. Aan eiser, een Afghaan, is wel een vvtv toegekend, die per 1 april 2001 is omgezet in een vtv asiel voor bepaalde tijd. Verweerder stelt dat eiser geen rechtens te honoreren belang meer heeft bij doorprocederen over de toelating als vluchteling. De rechtbank komt tot het oordeel dat na een eventuele vernietiging van het besluit bij het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar nieuw recht dient te worden toegepast, omdat bij het nemen van een beslissing op bezwaar in het bestuursrecht als algemeen uitgangspunt geldt dat ex nunc moet worden getoetst. Dit geldt niet alleen voor feiten en omstandigheden, maar ook voor de van toepassing zijnde regelgeving en het geldende beleid. Op dit uitgangspunt kan een uitzondering worden gemaakt indien in de loop van de procedure de regelgeving of het beleid ten nadele van de betrokkene is gewijzigd. Een dergelijke wijziging kan er bij de toepassing van een ex nunc toetsing toe leiden dat een ander beginsel wordt doorbroken namelijk dat een bezwaar- en/of beroepsprocedure in het algemeen tot gevolg moet hebben dat de betrokkene in de situatie wordt gebracht waarin hij zou zijn geweest indien van meet af aan op juiste wijze door verweerder was beslist. Dit beginsel van rechtsherstel is echter niet absoluut en zal moeten wijken in het onderhavige geval, nu het gaat om een wijziging van een wet in formele zin en het overgangsrecht geen uitzondering maakt op de onmiddellijke werking. Uit de wetsgeschiedenis blijkt bovendien dat de wetgever bewust heeft gewild dat in bezwaar het nieuwe recht wordt toegepast, terwijl de wetgever een mogelijke achteruitgang in de rechtspositie heeft voorzien. De rechtbank vindt in de mate waarin de vreemdeling door de nieuwe wet wordt benadeeld geen reden af te wijken van de nadrukkelijke wil van de wetgever, mede omdat de benadeling die de betrokken vreemdeling door de wetswijziging kan ondervinden naar het oordeel van de rechtbank betrekkelijk gering is. Ook brengt de leer van de formele rechtskracht niet mee dat eiser belang heeft bij een uitspraak over zijn vluchtelingschap, omdat de rechtbank thans nadrukkelijk geen uitspraak doet over de vraag of eiser terecht niet als vluchteling is toegelaten. Onder deze omstandigheden kan aan eiser in een latere procedure niet worden tegengeworpen dat het besluit waarin is neergelegd dat hij geen vluchteling is, als juist heeft te gelden en in die zin formele rechtskracht heeft. Daar komt nog bij dat verweerder uitdrukkelijk heeft toegezegd -een en ander overeenkomstig de bedoeling van de wetgever- zich niet op het standpunt te zullen stellen dat het besluit, waarin onder meer is neergelegd dat eiser niet als vluchteling kan worden aangemerkt, in dat opzicht rechtens onaantastbaar is geworden. Beroep niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van actueel procesbelang.
Advocaten
- G.M.H. Hoogvliet
- J.F. Smallenbroek
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
