Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0785

Rechtbank 's-Gravenhage · 21-03-2002 · zaaknummer AWB 02/16357 VRONTN D

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewaring / mislukte 48-uursprocedure. De vreemdeling, van Bengalese nationaliteit, is toegang geweigerd op grond van een bijzondere aanwijzing ingevolge artikel 3, derde lid, Vw 2000. In geschil is de vraag of de bewaring op grond van artikel 6 Vw 2000 kan voortduren nadat de asielprocedure niet binnen 48 procesuren is afgerond. De behandeling van de asielaanvraag vindt thans niet langer plaats in de AC-procedure. Verweerder ziet als grondslag voor de voortduring van de bewaring hoofdstuk C3/12.13.3.1 Vc 2000 en in het bijzonder onderdeel d. Dit is het criterium dat ten aanzien van de asielzoeker, zijn identiteit en nationaliteit, asielrelaas of overgelegde documenten nader onderzoek of analyse noodzakelijk is. Door de intrekking van de beslissing op het asielverzoek zal verweerder opnieuw op de aanvraag moeten beslissen en opnieuw onderzoek moeten doen naar aanleiding van de asielaanvraag, hetgeen door verweerder wordt aangeduid als nader onderzoek. Dat daartoe inmiddels aan de vreemdeling een voornemen tot afwijzing van de asielaanvraag is uitgereikt, dat gelijkluidend is aan het voornemen dat in de AC-procedure was uitgereikt, doet er naar de mening van verweerder niet aan af dat het onderzoek naar aanleiding van de aanvraag nog loopt. Verweerder heeft erop gewezen dat de criteria in dit beleidsonderdeel niet limitatief zijn. De rechtbank stelt vast dat de wet geen regels bevat op grond waarvan de bewaring zou moeten worden opgeheven indien de asielprocedure niet kan worden afgerond binnen 48 procesuren. De rechtbank is van oordeel dat het d-criterium niet als grondslag kan dienen voor de voortduring van de bewaring. Dit criterium ziet op een aanvulling (een nader onderzoek) van het gebruikelijke onderzoek. Dat een dergelijk nader onderzoek in casu zou moeten worden verricht is niet of gebleken. Uit de gang van zaken valt slechts op te maken dat de reeds genomen beslissing uitsluitend is ingetrokken nadat uit de ABRS-uitspraak nr. 200200319/1 van 25 februari 2002 bleek dat verweerders visie op het verloop van de beschikbare procesuren door de Afdeling niet werd gedeeld. Dit rechtvaardigt niet een afwijking van de beleidsregel dat geen verdere toepassing wordt gegeven aan artikel 6 Vw 2000. Verweerder kan worden toegegeven dat de opsomming van gevallen in hoofdstuk C3/12.13.3.1 niet limitatief is. Verweerder beroept zich evenwel op dit onderdeel van de Vc 2000 ten aanzien van een naar het zich laat aanzien omvangrijke hoeveelheid zaken. De rechtbank acht het niet aanvaardbaar dat dit zou kunnen op een grond die niet is opgenomen in hoofdstuk C3/12.13.3.1 Vc 2000 en die verweerder ook niet ter zitting heeft kunnen noemen. Ook in de andere delen van het beleid en de wijze waarop tot nu toe, naar de rechtbank ambtshalve bekend is, aan dit beleid uitvoering is gegeven kan geen steun worden gevonden voor het voortduren van de bewaring na overschrijding van de procesuren. De uitzondering die op dit beginsel in beleid en rechtspraak zijn ontwikkeld hebben steeds betrekking op zaaksspecifieke aspecten. Uitgangspunt is kennelijk dat verweerder de maatregel van bewaring niet op zijn plaats acht bij vreemdelingen die een asielverzoek doen wanneer zij inreizen, tenzij op korte termijn, thans binnen 48 procesuren, is vast te stellen dat het asielverzoek moet worden afgewezen. Met dit uitgangspunt is niet in lijn de uitleg die verweerder op dit punt thans geeft aan de Vc en die in feite als resultaat heeft dat indien de 48 procesuren worden overschreden wegens capaciteitsproblemen, de zaak uit de AC-procedure wordt gehaald terwijl de bewaring voortduurt. Indien de uitleg van verweerder gevolgd zou worden zou dit betekenen dat overschrijding van de in de AC-procedure gestelde termijnen niet langer leidt tot doorplaatsing naar het OC en opheffing van de maatregel van bewaring. Dit houdt in dat er voor verweerder geen enkele stimulans meer zou zijn om zaken van vreemdelingen die in bewaring zitten nog binnen de 48 procesuren af te doen. Beroep gegrond.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.