ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0286
Rechtbank 's-Gravenhage · 05-02-2002 · zaaknummer AWB 02/6056
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening / spoedeisend belang. Verzoeker heeft geen spoedeisend belang bij het onderhavige verzoek om voorlopige voorziening. Indien, zoals gesteld, sprake zou zijn van niet tijdig beslissen op de aanvraag van 18 januari 2002, is het instellen van beroep tegen het niet tijdig beslissen toereikend. De rechtbank pleegt een dergelijk beroep snel te behandelen, zodat er geen belang is bij een afzonderlijk verzoek om voorlopige voorziening. Evenmin is sprake van procesbelang, nu verzoeker inmiddels van verweerder heeft gekregen wat hij beoogt, namelijk dat zijn aanvraag niet langer in de AC-procedure wordt afgedaan. Dit blijkt immers uit de brief van verweerder van 22 januari 2002, waarin verweerder mededeelt dat verzoeker alsnog in de gelegenheid wordt gesteld om conform artikel 3.116, tweede lid, Vb 2000 binnen twee weken op het voornemen van 21 januari 2002 tot afwijzing van de aanvraag te reageren. De brief kan niet anders worden aangemerkt dan als een mededeling dat de aanvraag niet langer in de AC-procedure, derhalve binnen 48 procesuren, wordt afgedaan. In de AC-procedure ingevolge artikel 3.117, tweede lid, Vb 2000 geldt een termijn van slechts drie procesuren voor het uitbrengen van een schriftelijke zienswijze. De rechtbank vermag voorts niet in te zien waarom verweerder niet bevoegd zou zijn te handelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.116, tweede lid Vb 2000. Er is immers voldaan aan het bepaalde in artikel 3.116, eerste lid, Vb 2000, te weten dat aan verzoeker rechtens de vrijheid is ontnomen op grond van artikel 6 Vw 2000. Voorts blijkt uit de wetsgeschiedenis dat verweerder de mogelijkheid heeft om op elk moment gedurende de AC-procedure het besluit te nemen die procedure te beëindigen. Uit het voorgaande vloeit tevens voort dat geen sprake is van niet tijdig beslissen op de aanvraag van 18 januari 2002, zodat het connexe beroep prematuur is. Verzoek niet-ontvankelijk
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
