Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0201

Rechtbank 's-Gravenhage · 29-01-2002 · zaaknummer AWB 00/4483 OVERIO

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Irak / Turkmeen / vestigingsalternatief Noord-Irak. De rechtbank leidt uit de uitspraak 200104464/1 van de ABRS d.d. 8 november 2001 af dat zij tot het oordeel is gekomen dat verweerder het beleid, voorzover het afgewezen asielzoekers betreft, vanaf november 1998 heeft gevoerd en dat noch de wetswijziging noch de formulering van het beleid nadien, daarin - voorzover hier relevant - verandering hebben gebracht. Ook de rechtbank is gelet op hetgeen in de stukken en ter zitting namens verweerder naar voren is gebracht, van oordeel dat van een beleidswijziging ten aanzien van vreemdelingen van wie is vastgesteld dat zij op individuele asielgerelateerde gronden niet voor toelating in aanmerking komen, niet kan worden gesproken. Gelet op de uitspraak van de Afdeling is de rechtbank thans van oordeel dat het enkele ontbreken in het beleid van een toetsing aan (familie-, gemeenschaps- of politieke) banden van de asielzoeker uit Irak met Noord-Irak, geen reden is om het beleid zoals door verweerder gevoerd kennelijk onredelijk te achten. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de uitspraak van de Afdeling niet worden geoordeeld dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat in Noord-Irak geen sprake is van een (categoriaal) humanitaire noodsituatie. De inhoud van de brief van 12 juni 2001 van de minister van Buitenlandse Zaken inhoudende een individueel ambtsbericht aan verweerder over de situatie van Turkmenen in Noord-Irak, die ter zitting namens eiser is overgelegd, geeft meer gedetailleerde informatie over deze bevolkingsgroep, maar leidt de rechtbank niet tot een andere conclusie. De rechtbank verwijst voorts naar het ambtsbericht betreffende Noord-Irak van 11 april 2001, waaruit de rechtbank afleidt dat het mogelijk is Noord-Irak in en uit te reizen. De verwijzing door eiser naar het rapport van stichting INLIA van 2 oktober 2001 biedt onvoldoende concrete aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van de inhoud van het ambtsbericht. De grief leidt er derhalve niet toe dat het beleid kennelijk onredelijk moet worden geacht. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank thans van oordeel dat het beleid zoals verweerder dat vanaf 20 november 1998 heeft gevoerd, niet kennelijk onredelijk is. Beroep ongegrond.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.