Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AD9305

Rechtbank 's-Gravenhage · 22-01-2002 · zaaknummer AWB 01/43992

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

AC-procedure / 48-uurstermijn. Gebleken is dat in het onderhavige geval niet in geschil is dat de behandeling van het asiel verzoek van eiser in totaal drie uur en zevenentwintig minuten langer heeft geduurd dan in de 48-uurs procedure is voorzien. Inmiddels heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij uitspraak van 20 december 2001 (200105777/1) inzake termijnoverschrijding bij AC-zaken uitgemaakt dat in beginsel alle uren (buiten de uren van 22.00 tot 08.00) die vanaf de aanmelding van de vreemdeling tot het uitreiken van de beschikking zijn verstreken als procesuren zijn aan te merken. Uitzondering hierop zijn de uren die ten gevolge van door verweerder aan te voeren en aannemelijk te maken feiten en/of omstandigheden redelijkerwijs niet konden worden benut voor het onderzoek naar de aanvraag. Ter zitting van 17 januari 2002 heeft de gemachtigde van verweerder in de eerste plaats aangevoerd dat de overschrijding van de 48-uurstermijn niet voor rekening van verweerder komt omdat deze valt toe te schrijven aan de omstandigheid dat de vreemdeling op 4 september 2001, bij de nabespreking van het voornemen en het rapport van nader gehoor, te kennen heeft gegeven op de aanwezigheid van een live tolk prijs te stellen. Deze stelling baat echter niet. Nog daargelaten de vraag of verweerder de wachttijd op de live tolk redelijkerwijze niet had kunnen benutten voor het onderzoek naar de aanvraag is het zo dat de hierdoor ontstane vertraging, naar verweerder ter zitting heeft erkend, tot één uur en tien minuten beperkt is gebleven. Daaruit volgt dat, ook zonder die vertraging, nog immer sprake is van een overschrijding van bijna tweeëneenhalf uur. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder benadrukt dat de AC-procedure een overlegmodel kent, hetgeen met zich meebrengt dat uit zorgvuldigheidsoverwegingen de wachttijd niet kan worden gebruikt voor het onderzoek naar de aanvraag. De omstandigheid dat de vreemdeling, zoals door verweerder berekend en niet bestreden, vier uur en vijfenvijftig minuten meer tijd nodig heeft gehad dan de in totaal vijf uren welke daartoe in de procedure zijn voorzien, zou daarom voor rekening van de vreemdeling blijven. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijke redenering op gespannen voet staat met de hierboven genoemde Afdelingsjurisprudentie, aangezien het betoog van verweerder ertoe zou leiden dat een termijnoverschrijding in het algemeen redelijkerwijs voor de vreemdeling zou komen. Van feiten en/of omstandigheden ten gevolge waarvan verweerder de door de vreemdeling extra gebruikte uren niet kon benutten voor het onderzoek naar de aanvraag is in het onderhavige geval niet gebleken. De omstandigheid dat verweerder zich met de uitspraak van de Afdeling niet kan verenigen geeft de rechtbank geen aanleiding het door de Afdeling gehanteerde criterium onjuist of onbruikbaar te achten. Beroep gegrond.

Rechters

Advocaten

  • J.M.M. Verstrepen

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.