ECLI:NL:RBSGR:2002:AD8405
Rechtbank 's-Gravenhage · 21-01-2002 · zaaknummer AWB 01/31569
Inhoudsindicatie
Overgangsrecht / procesbelang / doorprocederen. Eiser is een Sudanese asielzoeker die ruim voor 1 april 2001 een aanvraag heeft ingediend. Naar aanleiding van zijn bezwaarschrift is hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, onder d, Vw 2000. Ten aanzien van het procesbelang is de rechtbank van oordeel dat, nu eiser gesteld heeft dat hem ten onrechte een in de Vw 2000 geregelde verblijfsvergunning is onthouden, niet valt in te zien waarom eiser geen belang heeft bij de beoordeling of verweerder in het bestreden besluit eisers aanspraken op een verblijfstitel op een juiste wijze heeft gehonoreerd. Voor niet-ontvankelijkverklaring van het beroep is derhalve geen plaats. Anders dan verweerder stelt is artikel 117 Vw 2000 niet van toepassing op aanvragen waarop reeds (in eerste) aanleg is beslist. Artikel 118 Vw 2000 bepaalt niet welk materieel recht van toepassing is. Door het ontbreken van een inhoudelijke overgangsbepaling in de Vw 2000 voor gevallen die zich in de bezwaarfase bevonden, geldt het onmiddellijkheidsbeginsel en is het nieuwe recht direct van toepassing. Verweerder kan uitsluitend een vergunning ‘nieuwe stijl’ verlenen en daarmee hangt samen dat verweerder evenmin meer gehouden is om te beoordelen of - ware het oude recht onverminderd van toepassing gebleven - betrokkene aan dat recht een aanspraak op een (andere) verblijfstitel had kunnen ontlenen. Ten aanzien van eisers stelling dat hij voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, onder a, b of c Vw 2000 in aanmerking komt, overweegt de rechtbank dat het systeem van de Vw 2000 ervan uit gaat dat de vraag of een verblijfsvergunning asiel die op een bepaalde grond is verleend eventueel op een andere grond moet worden verleend, eerst in rechte beoordeeld wordt bij intrekking van die vergunning. In het wettelijk systeem ligt besloten dat van een formele rechtskracht van de thans bestreden beslissing, inzake de weigering een vergunning op de a-, b- of c-grond is, geen sprake is. De vraag of eiser recht heeft op een verblijfsvergunning op een van deze gronden kan in een procedure tegen de eventuele intrekking van de verleende vergunning ten volle aan de orde komen. Beroep ongegrond.
Advocaten
- B. Hiddinga
- I. PROCESVERLOOP
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
