ECLI:NL:RBSGR:2002:AD8400
Rechtbank 's-Gravenhage · 02-01-2002 · zaaknummer AWB 01/68677, 01/68960 VRONTN
Inhoudsindicatie
Bewaring / kennisgeving. Ten aanzien van de eerder opgelegde maatregel van bewaring, welke is opgeheven om eiser zijn strafrechtelijke detentie te laten ondergaan, overweegt de rechtbank dat het verweerder vrij staat de maatregel van bewaring op welk moment dan ook op te heffen. Nu dit is gebeurd staat thans ter beoordeling de rechtmatigheid van de maatregel van 18 december 2001, die bekend is gemaakt op 17 december 2001. De vraag rijst of deze maatregel moet worden aangemerkt als een voorlopige maatregel van bewaring als bedoeld in hoofdstuk A5/5.3.7.1 Vc 2000. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is omdat het karakter van de onderhavige maatregel niet voorlopig is maar definitief. De rechtbank leidt dit af uit de omstandigheid dat de maatregel op een duidelijk aangegeven tijdstip in werking is getreden en dat de maatregel niet, zoals de voorlopige maatregel van bewaring, een geldigheidsduur heeft van 28 dagen. De uitspraak van de ABRS van 2 november 2001 (200104443/10 is dan ook niet van toepassing. De in geding zijnde maatregel is gebaseerd op artikel 59 Vw 2000 en is niet in strijd met het systeem van de Vw 2000. In dit verband is van belang dat de rechtbank conform artikel 94, eerste lid, Vw 2000 binnen drie dagen na 17 december 2001 in kennis is gesteld van de maatregel. Eiser is niet in zijn belangen geschaad doordat de maatregel eerder bekend is gemaakt dan dat deze in werking is getreden. Eiser is op juiste grondslag in bewaring gesteld. Hij is immers ongewenst verklaard en kan ingevolge artikel 67, derde lid, Vw 2000 geen rechtmatig verblijf hebben in Nederland. Verweerder heeft voorts ten onrechte tijdens de strafrechtelijke detentie geen uitzettingshandelingen verricht. Dit leidt echter niet tot opheffing van de bewaring. Daartoe is van belang dat er geen sprake is van een gebrek dat kleeft aan de inbewaringstelling zelf. Het is de vraag of eiser door verweerders handelswijze dusdanig in zijn belangen is geschaad dat de maatregel van bewaring dient te worden opgeheven. Dat is niet het geval. In dat kader is van belang dat verweerder op de dag van inbewaringstelling uitzettingshandelingen heeft verricht en dat de periode waarin door verweerder niet aan de uitzetting is gewerkt relatief kort is. Voorts weegt het belang van eiser bij het voortvarend handelen van verweerder aan zijn uitzetting gedurende de strafrechtelijke detentie niet op tegen het belang van verweerder bij inbewaringstelling. Daartoe is van belang dat er voldoende gronden zijn om eiser in bewaring te stellen, dat eiser is veroordeeld vanwege een misdrijf en dat hij ongewenst is verklaard. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
