ECLI:NL:RBSGR:2002:AD8268
Rechtbank 's-Gravenhage · 04-01-2002 · zaaknummer AWB 01/67017 VRONTN D
Inhoudsindicatie
Bewaring / uitzetting / voortvarendheid. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat analoge toepassing van artikel 59, vierde lid, Vw 2000 op gevallen waarin een vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 6, eerste en tweede lid, Vw 2000 is opgelegd geen steun vindt in de wet. De rechtbank oordeelt als volgt. Hoewel de wet niet voorziet in een beslistermijn in het geval van (herhaalde) asielaanvragen die zijn ingediend terwijl aan de vreemdeling de vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 6 Vw 2000 is opgelegd, zal de vraag of er door verweerder voortvarend wordt gewerkt aan de uitzetting van de vreemdeling worden beheerst door de vraag welke termijn voor het nemen van een beslissing op een dergelijke aanvraag redelijk kan worden geacht. Overschrijdt verweerder de voor behandeling van een aanvraag redelijk te achten termijn, dan zal aan de voortvarendheid alsmede aan het bestaan van zicht op uitzetting binnen korte termijn moeten worden getwijfeld. Zolang op de aanvraag nog niet is beslist zullen immers geen uitzettingshandelingen worden verricht. Zoals deze rechtbank reeds eerder heeft geoordeeld, wordt voor de beoordeling van de redelijkheid van de beslistermijn als hier bedoeld aansluiting gezocht bij de wel in de wet geregelde termijn van artikel 59, vierde lid, Vw 2000, juist omdat die termijn ziet op de duur van de bewaring in afwachting van een beslissing op een aanvraag om toelating. In het onderhavige geval geldt derhalve voor de beoordeling van de vraag of verweerder ter bereiking van uitzetting voortvarend handelt dat in beginsel binnen zes weken na het in behandeling nemen van de (herhaalde) asielaanvraag op de aanvraag moet zijn beslist, een en ander behoudens bijzondere omstandigheden op grond waarvan een kortere of langere beslistermijn redelijk moet worden bevonden. Nu verweerder geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd, kan de rechtbank niet anders dan oordelen dat een langere beslistermijn niet redelijk is. Dit leidt tot het oordeel dat, nu er ten tijde van de sluiting van het onderzoek nog geen beslissing op de aanvraag is genomen, verweerder onvoldoende voortvarendheid moet worden verweten. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- B. Magnin
- L.J.P. Mentink
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
