ECLI:NL:RBSGR:2001:ZA7075
Rechtbank 's-Gravenhage · 30-03-2001 · zaaknummer AWB 99/3192
Inhoudsindicatie
Driejarenbeleid / tijdsverloop / vvtv. Het verzoek van eiseres om verlenging van haar vvtv is afgewezen. Eiseres bezit de Somalische nationaliteit en behoort tot de subclan Marehan. Deze clan heeft traditioneel haar woongebied gedeeltelijk in Mudug. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres naar dat gebied kan terugkeren. De vvtv is terecht niet verlengd. Eiseres stelt dat zij in aanmerking komt voor verlening van een vtv driejarenbeleid. Het driejarenbeleid is neergelegd in hoofdstuk A4/6.22 Vc-1994. Onder paragraaf 2 is bepaald dat het enkele tijdsverloop in een verblijfsrechtelijke procedure in het algemeen geen reden is tot verblijfsaanvaarding over te gaan. Verweerder heeft terecht gesteld dat de periode vanaf 8 juli 1994, zijnde de datum van aanvraag om toelating, tot 10 juni 1995, zijnde de datum waarop eiseres in het bezit kwam van een vvtv, dient te worden aangemerkt als relevant tijdsverloop. De rechtbank volgt verweerder in zijn stelling dat de periode van relevant tijdsverloop opnieuw is gaan lopen vanaf de datum van de expiratie van de geldigheidsduur van de vvtv, zijnde tevens de datum van indiening door eiseres van haar verzoek om verlenging van de vvtv, te weten 19 september 1996. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn stelling dat het relevant tijdsverloop is geëindigd met de uitspraak van de rechtbank van 31 maart 1998. Gelet op de REK-uitspraak AWB 00/1312 oordeelt de rechtbank dat de periode waarin nog (uitsluitend) wordt geprocedeerd over de mogelijke aanspraak op verlenging van de vvtv, meetelt als relevant tijdsverloop in de zin van het driejarenbeleid. De rechtbank is van oordeel dat de procedure inzake het niet-verlengen van de vvtv bij de berekening van de driejarentermijn dan ook niet als een aparte procedure dient te worden gezien waarin een nieuwe termijn gaat lopen. In de ingediende aanvragen om toelating als vluchteling en om verlening van een vtv moet de aanvraag om verlening van een vvtv immers begrepen worden geacht. Dit betekent bovendien dat de stelling van verweerder dat eiseres niet in aanmerking komt voor verlening van een vtv omdat zij nimmer een sterkere verblijfstitel kan krijgen dan waarom zij heeft verzocht, evenmin kan worden gevolgd. De rechtbank volgt niet de stelling van eiseres dat thans ook (een gedeelte van) de periode na de bestreden beschikking dient te worden meegerekend. De rechtbank dient de bestreden beschikking immers ex tunc te toetsen. Gerekend vanaf datum aanvraag om toelating als vluchteling en om verlening van een vtv komt de rechtbank aldus tot een relevant tijdsverloop van meer dan drie jaren. Verweerder heeft ten onrechte geen vtv driejaren toegekend. Beroep gedeeltelijk gegrond.
Rechters
Advocaten
- J.M. Walls
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
