ECLI:NL:RBSGR:2001:AD9869
Rechtbank 's-Gravenhage · 03-12-2001 · zaaknummer AWB 01/20943
Inhoudsindicatie
Kosovo / toetsingsmoment / doorpakken. Verzoeker, van Joegoslavische nationaliteit, heeft ter zitting betoogd dat het vluchtelingschap beoordeeld dient te worden naar de situatie op het moment van de aanvraag. De president oordeelt, anders dan verzoeker, dat het vluchtelingschap beoordeeld wordt naar de situatie op het moment van het besluit omtrent de toelating en - bij toepassing van artikel 83 Vw 2000 - op het moment van beoordeling door de rechter. De president verwijst hiertoe naar de uitspraak van de Afdeling rechtspraak van de Raad van State van 17 december 1992. Verweerder stelt dat uitspraak dient te worden gedaan met toepassing van artikel 33b Vw, aangezien de rechtsgevolgen aan een beslissing tot afwijzing van een verzoek om toelating als vluchteling met de Vw 2000 niet in relevante mate zijn gewijzigd. De president volgt deze stelling niet. Blijkens de wetsgeschiedenis is ruim aandacht besteed aan de van rechtswege intredende rechtsgevolgen van de zogenaamde meeromvattende beschikking. Daarbij is de vraag aan de orde geweest of het van rechtswege intreden van deze gevolgen als beperking van de rechtsbescherming moest worden beschouwd nu daartegen in de Vw 2000 geen afzonderlijke rechtsmiddelen meer openstaan. Dit duidt niet op het voortbestaan van een reeds onder de Vw bestaande situatie. In de literatuur blijkt verschil van inzicht te bestaan omtrent de omvang van de toetsing die op basis van de Vw 2000 door de rechter bij de meeromvattende beschikking moet worden aangelegd. Het is met name de vraag of rechtsgevolgen die de wet aan een beschikking verbindt bij de beoordeling van de rechtmatigheid van die beschikking aan de orde kunnen komen, of dat de beoordeling van de rechtmatigheid van de beschikking sec dient plaats te vinden binnen de kaders die de wet daarvoor schetst. Voorts wijst de president op de memorie van toelichting, waaruit blijkt dat het de bedoeling was dat de president ook in de oude situatie slechts een beslissing op het bezwaar of administratief beroep nam, indien het een evidente zaak betrof. Nu het antwoord op de vraag binnen welke kaders de beslissing tot weigering de vreemdeling toe te laten dient te worden beoordeeld nog niet volledig helder is en de procedure in bestuursrechtelijk kort geding zich niet leent voor de beantwoording van een dergelijke principiële vraag, is in de situatie zoals hier aan de orde geen ruimte voor toepassing van artikel 33b Vw. Afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- C.J. van der Waarde
- I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
- M.H. Rochat
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
