ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8286
Rechtbank 's-Gravenhage · 31-12-2001 · zaaknummer AWB 01/68859, 01/68860 OVERIO H
Inhoudsindicatie
AC-procedure / 48-uurstermijn. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Vw 2000 en de toelichting op het Vb 2000 heeft de wetgever er voor gekozen om ter bepaling of een aanvraag geschikt is om in een AC te worden afgewezen, een naar tijdsduur gemeten maatstaf voor te schrijven. Daarbij heeft de gedachte voorgezeten dat de maatstaf dat binnen 48 procesuren afdoende kan worden beoordeeld of de aanvraag kan worden afgewezen, waarborgt dat slechts zaken worden afgehandeld, die geen tijdrovend onderzoek vergen. De aldus gekozen maatstaf kan deze door de wetgever beoogde waarborg slechts bieden, indien de uren die voor onderzoek beschikbaar zijn, worden beschouwd als in aanmerking te nemen procesuren. Artikel 1.1, aanhef en onder f, Vb 2000 strekt daartoe. Uit die bepaling vloeit voort dat, buiten de uren van 22.00 tot 08.00 uur, in beginsel alle uren die sedert de aanmelding van de vreemdeling tot de uitreiking van de beschikking verstrijken, als procesuren zijn aan te merken, met uitzondering van de uren die tengevolge van door verweerder aan te voeren en aannemelijk te maken feiten en/of omstandigheden redelijkerwijs niet konden worden benut voor het onderzoek van de aanvraag. Gelet op de rechtsgevolgen die de wet verbindt aan afdoening van asielzaken binnen 48 procesuren, moet hieraan omwille van de rechtszekerheid strak de hand worden gehouden. Dat in feite geen onderzoek plaatsvindt of extra tijd wordt besteed aan bepaalde delen van het onderzoek is op zichzelf geen grond voor het oordeel dat de daarmee gemoeide tijd niet voor het onderzoek beschikbaar was. Ware dit anders, dan zou door middel van wat verweerder wel noemt "het stilzetten van de klok“ ook verhoudingsgewijs tijdrovende vragen via de aanmeldcentrumprocedure kunnen worden afgehandeld en zou afbreuk worden gedaan aan de betekenis van de in artikel 1.1, aanhef en onder f, Vb 2000 neergelegde maatstaf. In de stukken, noch ter zitting is door verweerder deugdelijk gemotiveerd uiteengezet dat en waarom welke van de door verzoeker gebruikte uren, voorzover die uitkwamen boven het in de Vc 2000 gegunde aantal van twee procesuren voor de voorbespreking van het nader gehoor en de in artikel 3.117, tweede lid, Vb 2000, gegunde drie procesuren voor het schriftelijk naar voren brengen van zijn zienswijze, redelijkerwijs niet konden worden benut voor het onderzoek van de aanvraag. De conclusie is dat verweerder de aanvraag niet binnen 48 procesuren heeft afgewezen. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- A.E.B. Buskens
- L.J.P. Mentink
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
