Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7975

Rechtbank 's-Gravenhage · 03-12-2001 · zaaknummer AWB 01/23360

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Procesbelang / doorprocederen. Aan eiseres, afkomstig uit Burundi, is op grond van artikel 29 eerste lid onder d, Vw 2000 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend. Eiseres stelt dat ten onrechte niet is gemotiveerd waarom geen verblijfsvergunning voor bepaald tijd in de zin van artikel 29, eerste lid onder a, b of c, Vw 2000 is verleend. De rechtbank volgt verweerder niet in de primaire stelling dat geen formele rechtskracht toekomt aan de beslissing eiseres een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw 2000 te verlenen. In het Nederlandse bestuursrecht geldt als leidend beginsel dat binnen een bepaalde termijn beroepbare beschikkingen formele rechtskracht krijgen, als daartegen niet (tijdig) of tot in laatste gewone aanleg niet met succes is opgekomen. In hoofdstuk C1/1.1 en C1/1.2 Vc 2000 is bepaald dat tijdens de asielprocedure in de eerste plaats onderzocht wordt of de asielzoeker moet worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Indien dat niet het geval is, wordt onderzocht of het asielrelaas aanleiding geeft tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van achtereenvolgens artikel 29, eerste lid, b tot en met f, Vw 2000. Daaruit volgt dat bij verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid onder d, Vw 2000 verweerder heeft geoordeeld dat zich geen grond voor verlening van een vergunning als bedoeld onder a, b of c voordoet. Als tegen dat (impliciete) oordeel van verweerder geen beroep wordt ingesteld, krijgt dat oordeel dus formele rechtskracht. Slechts indien uiterst zwaarwegende nieuwe feiten daartoe nopen, zou kunnen worden overwogen het beginsel van de formele rechtskracht in een individueel geval niet (langer) tegen te werpen. Ten aanzien van verweerders toezegging geen formele rechtskracht tegen te werpen indien in de toekomst de verleende verblijfsvergunning zal worden ingetrokken (of de geldigheidsduur ervan niet zal worden verlengd), en de discussie of de verblijfsvergunning destijds niet op andere gronden had moeten worden verleend alsnog voluit te zullen voeren, oordeelt de rechtbank als volgt. Het in de Nederlandse rechtsorde geldende gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat de rechter die in (hoger) beroep heeft te oordelen over de intrekking van de verleende vergunning aan de formele rechtskracht van het onbestreden oordeel van verweerder is gebonden. Het rechterlijk oordeel beperkt zich in een dergelijk geval dan ook tot de vraag of verweerder terecht heeft besloten de verleende verblijfsvergunning in te trekken dan wel de geldigheidsduur daarvan niet te verlengen. De vraag of de vreemdeling op dat moment alsnog in aanmerking zou kunnen komen voor een verblijfsvergunning op één van die andere gronden kan alleen aan bod komen in het kader van een nieuwe asielaanvraag. Aan een inhoudelijke beoordeling van die aanvraag kan de rechter - gelet op het bepaalde in artikel 4:6 Awb - echter slechts toekomen indien sprake is van rechtens relevante nieuwe feiten of omstandigheden. Van een - in rechte te toetsen - volledige heroverweging kan, ondanks toezeggingen daartoe van verweerder, dan ook geen sprake zijn. Dat uit de parlementaire geschiedenis van de Vw 2000 zou kunnen blijken dat de wetgever een uitzondering heeft willen maken op het beginsel van de formele rechtskracht dan wel op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, maakt dat oordeel niet anders. Als de wetgever een zo ingrijpende uitzondering op zulke fundamentele beginselen had willen maken, had de wetgever dat wel tot uiting gebracht in de tekst van de wet. Eiseres heeft dan ook belang heeft bij beoordeling van het beroep. De rechtbank overweegt dat verweerder ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Beroep gegrond.

Advocaten

  • A.W. van Leeuwen
  • J.M.M. Verstrepen

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.