ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7789
Rechtbank 's-Gravenhage · 21-11-2001 · zaaknummer AWB 01/22018
Inhoudsindicatie
Overgangsrecht / vluchtelingenstatus. Eisers asielaanvraag dateert van 6 maart 2000. Bij beschikking van 25 april 2001 is aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a Vw 2000 verleend. Eisers stelling dat op zijn aanvraag primair de bepalingen van de Vreemdelingenwet van toepassing zijn, deelt de rechtbank niet. Voorzover niet op grond van het overgangsrecht voor een ander regime is gekozen hebben nieuwe wettelijke bepalingen in beginsel onmiddellijke werking. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat, gelet op het bepaalde in artikel 117, eerste lid, jº artikel 44, tweede lid, Vw 2000, op eisers aanvraag moet worden beslist met inachtneming van de materiële bepalingen van Vw 2000. Daarbij komt dat de Vreemdelingenwet is ingetrokken, zodat geen verblijfsvergunningen ingevolge die wet meer kunnen worden verleend. Artikel 117 Vw 2000 biedt juist de mogelijkheid om een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van die wet te verlenen, ook met ingang van een datum gelegen vóór de inwerkingtreding van die wet. Het declaratoire karakter van de erkenning als vluchteling wordt niet aangetast door Vw 2000, terwijl ook overigens het bepaalde in het Vluchtelingenverdrag niet aan toepassing van Vw 2000 in de weg staat. De rechtbank stelt voorts vast dat de bescherming die eiser door de toekenning van de verblijfsvergunning op grond van artikel 29 onder a Vw 2000 geniet, niet verschilt van de bescherming geboden aan de toegelaten vluchteling onder de Vreemdelingenwet, nu niet gebleken is dat voor intrekking van de vergunning andere gronden gelden dan voor intrekking van de vluchtelingenstatus. Dat intrekking van de vluchtelingenstatus door verbetering van de situatie in het land van herkomst in het verleden vrijwel niet voorkwam, doet aan de mogelijkheid daartoe niet af. De rechtbank stelt vast dat nu eiser is aangemerkt als verdragsvluchteling volledig tegemoet is gekomen aan eisers aanvraag, met daarin begrepen zijn materiële rechtspositie. Voor zover al sprake zou zijn van een nadeliger positie ten aanzien van de toegang tot de arbeidsmarkt, kan dit niet tot verlening van een andere verblijfstitel leiden. Nu de wettelijke bepalingen duidelijk zijn kan eiser niet met een beroep op het vertrouwensbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel of gelijkheidsbeginsel het bestreden besluit aantasten. Beroep ongegrond.
Advocaten
- A.W. van Leeuwen
- J. van Veelen-de Hoop
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
