ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7758
Rechtbank 's-Gravenhage · 18-12-2001 · zaaknummer AWB 01/63534
Inhoudsindicatie
Bewaring / voortvarendheid. Verweerder heeft ter zitting betoogd dat er nog steeds voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat en dat voldoende voortvarend te werk is gegaan om tot uitzetting van de vreemdeling te komen. Verweerder ontkent dat sprake is van beleid, inhoudende dat binnen twee weken na een uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening uitzettingshandelingen moeten worden verricht. Het beroep van de vreemdeling is bij de uitspraak van 22 oktober 2001 ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen. Deze uitspraak is - volgens het stempel op de uitspraak - op vrijdag 23 november 2001 verzonden. Verweerder heeft de uitspraak op maandag 26 november 2001 ontvangen. Dat de vreemdelingendienst de uitspraak later heeft ontvangen, betreft een intern communicatieprobleem aan de zijde van verweerder en komt voor diens rekening. Niet kan worden ontkend dat, gezien de datum van ontvangst van de uitspraak en het gegeven dat de vreemdeling al sinds 4 september 2001 in bewaring is gesteld, verweerder sneller handelingen had kunnen verrichten om tot uitzetting te komen in plaats van te wachten tot 10 december 2001. Anderzijds is de vreemdeling op 12 december 2001 in persoon gepresenteerd bij de Turkse autoriteiten, die de aanvraag om afgifte van een laissez-passer in behandeling zullen nemen. De rechtbank heeft deze informatie vernomen van verweerder na heropening van het onderzoek op 12 december 2001 en voor sluiting van het onderzoek. De rechtbank slaat dan ook acht op die informatie. Voorts merkt de rechtbank op dat ook van de zijde van de vreemdeling de mogelijkheid van uitzetting had kunnen worden bespoedigd door het overleggen van zijn Nüfüs. Bij afweging van alle betrokken belangen is de rechtbank dan ook van oordeel dat in dit geval niet kan worden gezegd dat voortzetting van de bewaring niet in redelijkheid gerechtvaardigd is te achten terwijl niet is gebleken dat de voortzetting van de vreemdelingenbewaring in strijd is met de Vw 2000. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. In genoemde zaak is de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gedaan op donderdag 25 oktober 2001 en de bewaring is opgeheven op woensdag 21 november 2001, derhalve bijna vier weken later. Verweerder heeft schadevergoeding aangeboden vanaf dinsdag 13 november 2001, welke datum bijna drie weken ligt na de bekendmaking van de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening. In het onderhavige geval is geen sprake van een dergelijk tijdsverloop. De presentatie heeft op 12 december 2001 plaatsgevonden. Beroep is ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
