ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7625
Rechtbank 's-Gravenhage · 22-08-2001 · zaaknummer AWB 00/75858
Inhoudsindicatie
Witte-illegalenbeleid / criminele antecedenten. Eiser is na het bestreden besluit door het Gerechtshof vrijgesproken van de door verweerder tegengeworpen criminele antecedenten. Verweerder heeft feitelijk geen gebruik gemaakt van de hem toekomende bevoegdheid op grond van artikel 6:18, eerste lid, Awb om hangende beroep het bestreden besluit in te trekken of te wijzigen. Een dergelijk besluit ligt dan ook niet (mede) ter toetsing voor. Van de zijde van eiser is gesteld dat verweerder ten onrechte heeft geweigerd een dergelijk besluit te nemen, maar eiser heeft niet aangegeven op welke wijze de rechtbank zich in de onderhavige procedure over de door hem gewraakte handelwijze van verweerder zou kunnen uitlaten. De rechtbank kan verweerder niet volgen in zijn standpunt dat eiser niet heeft voldaan aan de voorwaarde dat hij zijn ononderbroken verblijf over de relevante periode dient aan te tonen. Met betrekking tot de vraag of het tegenwerpen van de weigeringsgrond criminele antecedenten toch tot ongegrondverklaring van het beroep zou dienen te leiden, stelt de rechtbank voorop dat toetsing van het bestreden besluit aan de materiële waarheid niet kan leiden tot de conclusie dat verweerder ten onrechte heeft geconcludeerd dat van een veroordeling sprake was. Ten tijde van het bestreden besluit lag feitelijk immers een veroordeling voor, en het in hoger beroep gewezen arrest vernietigt (anders dan een negatief oordeel van de bestuursrechter inzake een bestuursbesluit) niet met terugwerkende kracht de veroordeling in eerste aanleg. In het bestreden besluit is verwezen naar een brief van 1 april 1996 van de staatssecretaris van Justitie aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In deze brief wordt - voorzover hier van belang - opgemerkt dat met name wanneer de 'openbare orde' de enige weigeringsgrond is, naast een veroordeling ook andere factoren bij de afweging of een vreemdeling tot Nederland wordt toegelaten, meegewogen zullen worden. In het bestreden besluit en het verweerschrift is deze nadere afweging niet verricht, aangezien verweerder ervan uitging dat ook niet was voldaan aan de in TBV 1999/23 onder 2 genoemde voorwaarde. Beroep gegrond.
Advocaten
- A.A. Spoel
- I. PROCESVERLOOP
- P.H. Hillen
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
