ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7554
Rechtbank 's-Gravenhage · 19-09-2001 · zaaknummer AWB 01/9680, 01/9676
Inhoudsindicatie
Somalië / Reer Hamar. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat uit hetgeen ten processe is komen vast te staan niet aanstonds blijkt dat de aanvragen dan wel de bezwaren kennelijk ongegrond zijn en er redelijkerwijs geen twijfel over die conclusie mogelijk is. Gelet op de relazen van eisers, van Somalische nationaliteit, en de grieven in bezwaar, bezien in het licht van de REK-uitspraak AWB 00/1790 van 14 juli 2000, had verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet voorafgaand aan het nemen van de bestreden besluiten kunnen afzien van de hoorplicht door te stellen dat het bezwaar kennelijk ongegrond is. Eisers behoren tot de Reer Hamar. Zij hebben aangevoerd dat zij hun land van herkomst hebben verlaten vanwege problemen die zij met betrekking tot hun etnische afkomst hebben ondervonden. Uit de verklaringen van eisers, waarvan de juistheid niet door verweerder is betwist, valt naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer te concluderen dat de voorvallen niet zijn ingegeven vanwege de etnische afkomst van eisers. Zo heeft eiser aangevoerd dat niet alleen hij, vanwege zijn afkomst, is afgeperst in zijn winkel, doch dat ook andere winkeleigenaars werden gechanteerd vanwege hun Reer Hamar-afkomst. Voorts heeft eiser verklaard dat zijn woning is geplunderd, eveneens vanwege zijn stamafkomst. In dit verband heeft eiser verklaard dat leden van de Hawiye-stam speciaal op zoek waren naar mensen van zijn stam. Eiseres heeft verklaard dat de plundering van haar ouderlijke woning is ingegeven door hun stamafkomst. Eiseres stelt in dit kader dat huizen van buren die tot een andere stam behoorden niet werden geplunderd. Bovendien hebben eisers in bezwaar aangevoerd dat familieleden van eiser, naar de rechtbank begrijpt vanwege de burgeroorlog, zijn gedood. Verweerder heeft aan deze stelling in de bestreden besluiten geen enkele overweging gewijd. Ten overvloede overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank is van oordeel dat de informatie in het ambtsbericht vragen oproept. De rechtbank wijst enerzijds op de beperkte informatie met betrekking tot de minderheidsgroepen - waaronder de Reer Hamar - en anderszijds op mogelijke innerlijke tegenstrijdigheden in het ambtsbericht. In het ambtsbericht wordt gesteld dat de discriminatie van de minderheden in Puntland inhoudt dat zij achtergesteld worden bij de toegang tot (onder meer) rechtsbescherming, terwijl eveneens wordt vermeld dat het bestuur ter plaatse in staat blijkt te zijn effectief bescherming te bieden tegen daden van vervolging. Gelet op het vorengaande zou het aanbeveling verdienen dat verweerder in het nieuw te nemen besluit op bezwaar het beleid nader motiveert. Beroep gegrond.
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
