ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7333
Rechtbank 's-Gravenhage · 06-09-2001 · zaaknummer AWB 01/36850, 01/37189
Inhoudsindicatie
Beeindiging opvang / Dublin. Eisers hebben de Afghaanse nationaliteit. Ze hebben een aanvraag om toelating als vluchteling ingediend. De aanvraag is niet ingewilligd op grond van artikel 30, aanhef en onder a, Vw 2000. Eisers hebben - vanwege medische problematiek - primair beroep gedaan op toepassing van artikel 3, vierde lid, Overeenkomst van Dublin (OvD). De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het licht van het beleid aangaande artikel 3, vierde lid, OvD in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat in het geval van eisers geen sprake is van uitzonderlijke schrijnende omstandigheden. Hierbij betrekt de rechtbank de medische gegevens zoals die uit het dossier naar voren komen. Eisers hebben zich subsidiair op het standpunt gesteld dat het COA hun opvang niet had mogen beëindigen in afwachting van hun overdracht naar Frankrijk. Verweerder heeft gesteld dat deze beroepsgrond niet in deze procedure aan de orde kan komen, maar dat hiertoe een (aparte) beroepsprocedure openstaat tegen de beschikking van het COA d.d. 11 juli 2001, waarbij eisers is aangezegd het AZC voor 16 juli 2001 te verlaten. De rechtbank deelt dit standpunt niet. In dit verband neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de memorie van toelichting bij de Vw 2000 blijkt, dat het in deze wet neergelegde systeem waarin van rechtswege bepaalde gevolgen intreden, beoogt het aantal zelfstandige procedures te verminderen door in één procedure alle rechtsgevolgen van een afwijzende beslissing aan de rechter ter beoordeling voor te leggen. Daarmee strookt dat de rechter bij de beoordeling van een beroep gericht tegen de afwijzing van een aanvraag om toelating als vluchteling voor zover mogelijk ook een oordeel geeft over de rechtsgevolgen die uit de afwijzende beschikking volgen, zoals in het onderhavige geval de beëindiging van de opvang. Dat tegen de beschikking van het COA tot beëindiging van de opvang tevens afzonderlijk beroep mogelijk is, maakt dit niet anders. Nu in het onderhavige geval de beschikking door het COA vlak na de afwijzende beschikking op de aanvraag om toelating als vluchteling is genomen - en hiertegen geen afzonderlijk beroep is ingesteld - ziet de rechtbank te meer aanleiding in de onderhavige procedure ook het rechtsgevolg van de beëindiging van de opvang mee te beoordelen. Er is geen aanleiding te concluderen dat verweerder op grond van de gezondheidsklachten van eisers niet tot afwijzing van de aanvraag heeft kunnen komen. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
- J.C.M. van den Boom
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
