ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7196
Rechtbank 's-Gravenhage · 31-08-2001 · zaaknummer AWB 01/41016, 01/41019
Inhoudsindicatie
AC-procedure / Irak / Syrisch-orthodoxe christen / vestigingsalternatief Noord-Irak. Verzoeker is een Syrisch-orthodoxe christen uit Centraal-Irak. De vraag is of verweerder verzoeker een verblijfsalternatief in Noord-Irak heeft kunnen tegenwerpen. Vóór 1 juni 2001 pleegde verweerder aanvragen als de onderhavige op grond van de REK-uitspraken van 20 maart 2000 te toetsen aan het banden-criterium. Thans stelt verweerder zich blijkens de notitie over het beleid van categoriale bescherming van 23 mei 2001 op het standpunt dat banden niet van belang zijn bij de vraag of Noord-Irak als vestigingsalternatief kan gelden. Zulks is in het onderhavige geval van doorslaggevend belang, nu naar het oordeel van de president (onder verwijzing naar de uitspraken AWB 00/2707 en AWB 99/699 van de rechtbank Zwolle van 21 en 22 december 2000) onvoldoende is gebleken dat Syrisch-orthodoxe christenen uit Centraal-Irak beschikken over banden die hen in staat stellen om in Noord-Irak toegang tot essentiële basisvoorzieningen te krijgen. Dat stelt de president voor de vraag of het thans gevoerde beleid (daargelaten of dit geacht moet worden nieuw of verduidelijkt bestaand beleid te zijn) de redelijkheidstoets kan doorstaan. De president is evenwel van oordeel dat de AC-procedure zich niet leent voor beantwoording van deze vraag. De beantwoording van de vraag of verweerder het banden-criterium kan loslaten bij de vraag of Noord-Irak als vestigingsalternatief kan gelden is, gelet op genoemde uitspraken van de REK van 20 maart 2000 en de jurisprudentiële ontwikkelingen sindsdien, dermate complex dat deze niet in het kader van de zeer korte AC-procedure kan worden beantwoord. De president ziet van dit oordeel bevestiging in de omstandigheid dat de rechtbank Assen aanleiding heeft gezien om bij brief van 13 augustus 2001 aan verweerder vragen te stellen over het door verweerder voorgestane beleid. Verweerder kon dan ook niet in het kader van de AC-procedure aan verzoeker een vestigingsalternatief in Noord-Irak tegenwerpen. Aanvraag ten onrechte in AC-procedure afgewezen. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- J. Wollenstein
- T.A.G.H. van Loenhout
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
