ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7133
Rechtbank 's-Gravenhage · 23-11-2001 · zaaknummer AWB 01/46792 BEPTDN
Inhoudsindicatie
Bewaring / tweede aanvraag / uitreiking beschikking. Eiser heeft een aanvraag tot verlening van een vtv voor verblijf bij zijn Nederlandse minderjarige kinderen en voor verblijf wegens klemmende redenen van humanitaire aard gedaan. Eisers partner, de moeder van de twee minderjarige kinderen, beiden geboren in 1997, is overleden in 1999. Eiser is in het bezit van een Franse verblijfsvergunning. Met eiser is de rechtbank van oordeel dat de aanvraag van eiser om een vtv bij zijn kinderen niet past in de categorieën waarvoor beleid is geformuleerd in B1 van Vc-1994. Dit beleid ziet immers op de situatie dat de gezinsleden die moreel en financieel afhankelijk zijn van de referent, welke afhankelijkheid reeds in het buitenland moet hebben bestaan, verblijf vragen. In deze situatie betreft het een vader die bij zijn minderjarige Nederlandse kinderen wil verblijven die van hem afhankelijk zijn. Volgens de rechtbank is er ten onrechte aan dit beleid getoetst. Er is wel sprake van family life in de zin van artikel 8 EVRM echter geen inmenging daarin omdat het besluit om eiser niet in het bezit te stellen van een vtv er niet toe strekt hem een verblijfstitel te ontnemen. Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden of er voor verweerder uit artikel 8 EVRM een verplichting voortvloeit om aan de vreemdeling een vtv toe te kennen. Ter beantwoording van die vraag dient een belangenafweging plaats te vinden tussen het individu en de gemeenschap. Naar het oordeel van de rechtbank zijn in onderhavige zaak een aantal omstandigheden ten onrechte niet meegewogen in deze belangenafweging. Het betreft de volgende omstandigheden: dat eiser vanaf 1995, (grotendeels) in Nederland verblijft hetgeen mogelijk was omdat hij in het bezit was van een Franse verblijfsvergunning. Niet uitgesloten kan worden dat een aanvraag voor verlijf bij Nederlandse partner, indien aangevraagd, ingewilligd zou zijn en op grond daarvan aansluitend gelet op het bepaalde in de Vrouwennota mogelijk recht op voortgezet verblijf zou hebben gehad. Eiser is belast met het ouderlijk gezag over de kinderen en draagt sinds het overlijden van de partner alleen de zorg voor de verzorging en opvoeding. Er is regelmatig contact met de schoonfamilie. Er mag van uit worden gegaan dat het de wens van eisers overleden partner, alsmede van de schoonfamilie is dat de kinderen in Nederland blijven en een Nederlandse opvoeding zal krijgen. De rechtbank gaat er vooralsnog van uit dat eiser duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. Eiser heeft in Nederland een sociaal netwerk waar hij een beroep op kan doen voor opvang van de kinderen. Het is aannemelijk dat eiser niet over een dergelijk netwerk beschikt in Frankrijk of Kameroen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder bovengenoemde omstandigheden onvoldoende meegenomen in de belangenafweging bij de vraag of er sprake is van een positieve verplichting om eiser verblijf in Nederland toe te staan. De beslissing is onvoldoende gemotiveerd. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- A.E.W. Buskens
- I. PROCESVERLOOP
- L.B. Vellenga-van Nieuwkerk
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
