Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7104

Rechtbank 's-Gravenhage · 22-10-2001 · zaaknummer AWB 01/38942

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Dublinclaim / Turks-Koerdische dienstweigeraar / Duitsland. Niet in geschil is dat eiser in Duitsland onherroepelijk is uitgeprocedeerd. Het asielverzoek van eiser is in Duitsland afgewezen omdat eisers weigering om zijn militaire dienstplicht te vervullen krachtens vaste (Duitse) jurisprudentie niet tot vluchtelingschap kan leiden. Voorts is niet in geschil dat de vluchtelingenrechtelijke waardering van dienstweigering in Nederland afwijkt van de Duitse waardering hiervan. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat dienstweigering bij Turkse Koerden ook in Nederland niet tot vluchtelingschap kan leiden, gelet op hetgeen naar voren komt uit de meest recente ambtsberichten met betrekking tot de mensenrechtensituatie in Turkije, zodat de uitkomst van een door een Turkse Koerd gedaan beroep op dienstweigering in Nederland hetzelfde zal zijn als in Duitsland. De rechtbank is van oordeel dat de conclusie dat een door een Turkse Koerd gedaan beroep op dienstweigering in Nederland niet zal kunnen leiden tot vluchtelingschap slechts in geval van voldoende jurisprudentiële duidelijkheid met betrekking tot de positie van Koerdische dienstweigeraars uit Turkije, in relatie tot de ambtsberichten hieromtrent, in een procedure als deze - welke betrekking heeft op de vraag welke lidstaat een asielverzoek dient te behandelen, en niet op de inhoudelijke beoordeling hiervan - aan een asielzoeker tegengeworpen kan worden. Naar het oordeel van de rechtbank is hiervan, gelet op de uitspraken van AWB 01/638 d.d. 24 januari 2001, AWB 01/16069 d.d. 11 mei 2001 en AWB 01/25938 d.d. 9 juli 2001, sprake. De rechtbank is, gelet op hetgeen in voornoemde uitspraken is overwogen, van oordeel dat thans voldoende aannemelijk is dat de kans dat een Turkse dienstplichtige van Koerdische afkomst zal worden ingezet tegen zijn eigen volk uitermate mate gering is. Voldoende aannemelijk is derhalve dat eiser, ook indien Nederland de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de aanvraag aan zich had getrokken, niet als vluchteling zou zijn aangemerkt. Overdracht van eiser aan Duitsland zal derhalve niet leiden tot (indirecte) schending van artikel 33 van het Vluchtelingenverdrag dan wel artikel 3 EVRM. Op grond van het beleid is verweerder daarom niet gehouden met toepassing van artikel 3, vierde lid, OvD eisers asielaanvraag aan zich te trekken. Beroep ongegrond. NB: zie ook over dit onderwerp een uitspraak van 25 oktober 2001 van de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State. Registratienummer 200104546/1. ABRS 200105627/1 d.d. 11 december 2001 is de uitspraak in hoger beroep in deze zaak.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.