Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7074

Rechtbank 's-Gravenhage · 06-08-2001 · zaaknummer AWB 01/24790

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewaring / strafrechtelijk voortraject / verzending stukken. De vreemdeling bezit de Tsjechische nationaliteit. De vreemdeling is opgeroepen in persoon ter zitting te verschijnen, maar hij is niet ter zitting verschenen. Hoewel een transportorder is gegeven, is de vreemdeling niet naar de rechtbank vervoerd. De rechtbank overweegt dat deze omstandigheid niet voor risico van betrokkene behoort te komen. Nu de vreemdeling niet binnen de termijn van artikel 94, tweede lid, tweede volzin, door de rechtbank kan worden gehoord, oordeelt de rechtbank dat de bewaring in strijd is met die bepaling. De bewaring dient daarom te worden opgeheven. Verder acht de rechtbank het onwenselijk dat de gedingstukken niet conform de richtlijnen vreemdelingenkamer zijn toegezonden aan de gemachtigde van de vreemdeling. De rechtbank kent hieraan niet de gevolgen toe die de gemachtigde wenst te zien. De bewaring is reeds opgeheven zodat latere toezending aan de gemachtigde niet leidt tot verlenging van de inbewaringstelling en naar het oordeel van de rechtbank ook anderszins niet gezegd kan worden dat de vreemdeling door latere toezending in een nadelige positie is komen te verkeren. De geuite grief dat het strafrechtelijk voortraject onrechtmatig zou zijn treft naar het oordeel van de rechtbank geen doel. Onder verwijzing naar recente jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is de rechtbank van oordeel dat nu de bevoegdheid tot aanhouding wegens het plegen van een winkeldiefstal geen bij of krachtens de Vw 2000 toegekende bevoegdheid betreft, deze grief niet kan leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Na de strafrechtelijke aanhouding is voldoende gebleken dat de vreemdeling niet rechtmatig in Nederland verblijft, hetgeen door de gemachtigde niet is betwist. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de bewaring van de vreemdeling, afgezien van het feit dat hij niet tijdig door de rechtbank kon worden gehoord, rechtmatig was. De bewaring als zodanig levert daarom geen grond op voor schadevergoeding. Het niet tijdig horen kan slechts tot schadevergoeding leiden indien de bewaring voortduurt na de dag waarop de termijn van artikel 94, tweede lid, tweede volzin, Vw 2000, is verstreken. Deze termijn eindigt op 19 juni 2001, terwijl ook op die datum de bewaring is opgeheven. Gelet hierop is er geen aanleiding voor toekenning van schadevergoeding. Beroep gegrond, afwijzing verzoek tot schadevergoeding.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.