Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7020

Rechtbank 's-Gravenhage · 04-09-2001 · zaaknummer AWB 01/40719, 01/41036

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

AC-procedure / Irak / Syrisch-ortodoxe christen / vestigingsalternatief Noord-Irak. Of er in het kader van de toepassing van artikel 29, eerste lid aanhef en onder d, Vw 2000 sprake is van een verblijfsalternatief maakt als zodanig onderdeel uit van de - in eerste instantie aan verweerder voorbehouden - algemene beoordeling of categoriale bescherming geïndiceerd is. Bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een verblijfsalternatief behoeven derhalve niet noodzakelijkerwijs dezelfde criteria te worden gehanteerd als bij de beantwoording van de vraag of er in het kader van de beoordeling van het vluchtelingenschap sprake is van een vluchtalternatief. Blijkens de bestreden beslissingen en de brief van verweerder aan de voorzitter van de Tweede Kamer van 1 juni 2001, waarnaar in de beslissingen wordt verwezen, komt een verblijfsalternatief bij de toepassing van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw 2000 eerst aan de orde, indien er geen aanwijzingen, zijn dat er naar plaatselijke maatstaven een categoriale humanitaire noodsituatie voor ontheemden zou kunnen bestaan. Het al dan niet aanwezig zijn van familie-, gemeenschaps- en/of politieke banden of bijvoorbeeld het feit dat men nooit in het betreffende gebied heeft verbleven acht verweerder hierbij niet van belang. De rechtbank acht dit uitgangspunt van verweerder ten aanzien van het bestaan van een verblijfsalternatief bij de beoordeling of categoriale bescherming geïndiceerd niet onredelijk. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder gelet op de inhoud van het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken van 11 april 2001 omtrent de situatie in Noord-Irak in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat dit ambtsbericht geen aanknopingspunten biedt voor het oordeel dat er, naar plaatselijke maatstaven gemeten, een categoriale humanitaire noodsituatie voor ontheemden zou kunnen bestaan. Door eisers is voorts niet aangevoerd, dat zij in Noord-Irak voor lijf en leden hebben te vrezen. Ook overigens is door eisers niet aannemelijk gemaakt dat in hun specifieke situatie Noord-Irak geen verblijsfalternatief kan zijn. Nu geen relevante andersluidende informatie is ingebracht tegen hetgeen naar voren komt uit bovengenoemd ambtsbericht van 11 april 2001 heeft verweerder op grond van deze informatie redelijkerwijs kunnen oordelen dat eisers een verblijfsalternatief hebben in Noord-Irak. Beroep ongegrond.

Rechters

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

  • de minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

  • de minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.