Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6958

Rechtbank 's-Gravenhage · 10-07-2001 · zaaknummer AWB 01/9883 OVERIO GS

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Dublinclaim / artikel 3 EVRM / Vluchtelingenverdrag. Duitsland heeft de Dublinclaim voor verzoekers (afkomstig uit Turkije) gehonoreerd. Verzoekers hebben aangevoerd dat Duitsland ten aanzien van Turkse Koerden , die actief zijn (geweest) voor de PKK, een andere interpretatie hanteert dan Nederland. De rechtbank overweegt dat zowel het Vluchtelingenverdrag als het EVRM bescherming bieden tegen refoulement naar het land waar de vreemdeling gegronde vrees heeft te worden vervolgd dan wel een reëel risico loopt te worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling. Deze verdragen verplichten echter niet tot verlening van een verblijfstitel. Een verschil in interpretatie van het Vluchtelingenverdrag is daarom niet relevant indien uit andere hoofde de vreemdeling wordt beschermd tegen refoulement naar het land van herkomst. Gelet op het absolute karakter is de bescherming op grond van artikel 3 EVRM is in het algemeen ruimer dan de bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag. De vraag of de vreemdeling het risico loopt vanuit de verantwoordelijke lidstaat te worden gerefouleerd naar het land van herkomst bespreekt de rechtbank dan ook in het licht van artikel 3 EVRM. De in het door verweerder gevoerde beleid neergelegde eis dat de vreemdeling aantoonbaar uitgeprocedeerd moet zijn en in het verantwoordelijke Dublinland met onmiddellijke uitzetting wordt bedreigd wordt ten onrechte gesteld en vloeit niet voort uit het arrest van het Europees Hof voor de rechten van de mens van 7 maart 2000. Uit dat arrest volgt dat sprake moet zijn van een reëel risico dat de vreemdeling door de verantwoordelijke lidstaat in strijd met het EVRM zal worden teruggezonden naar het land van herkomst. De vreemdeling die zich daarop beroept, zal dan ook moeten motiveren en aannemelijk maken dat de verantwoordelijke lidstaat hem in strijd met artikel 3 EVRM zal refouleren. Verzoekers hebben (voldoende) gemotiveerd noch aannemelijk gemaakt dat daarvan sprake is. Naar het oordeel van de president heeft strikte toepassing van het beleid in deze zaak niet zodanig onredelijke gevolgen dat dit voor verweerder aanleiding had moeten geven om gebruik te maken van de bevoegdheid om van het beleid af te wijken. Niet gebleken is dat de medische problemen van verzoekers overdracht aan Duitsland in de weg staan. Verweerder heeft terecht besloten de aanvraag niet in te willigen. Gelet op de materieel overeenkomstige strekking van het bepaalde in artikel 15b, eerste lid, aanhef en onder a, Vw en het bepaalde in artikel 30, aanhef en onder a, Vw 2000, ziet de president geen aanleiding consequenties te verbinden aan de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag op grond van de Vw, waar deze aanvraag in de beslissing op bezwaar onder de Vw 2000 alsnog afgewezen zal moeten worden. Bezwaar ongegrond, afwijzing verzoek.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.