ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6896
Rechtbank 's-Gravenhage · 13-09-2001 · zaaknummer AWB 01/39902
Inhoudsindicatie
Opvang/ herhaalde aanvraag. De president is van oordeel dat het beleid van verweerder als bedoeld in TBV 2001/24 niet kennelijk onredelijk is. De strikte toepassing van dit beleid kan echter in voorkomende gevallen tot een zodanige onredelijke uitkomst leiden dat verweerder desondanks gehouden is opvang te verlenen. Het geschil beperkt zich vooral tot de vraag of verweerder in afwachting van het advies van de IND gehouden is opvang aan verzoeker te verlenen. Door het voorleggen voor advies van de aanvraag om opvang aan de IND geeft verweerder te kennen dat er bewijsstukken zijn die aannemelijk maken dat verzoeker is teruggekeerd. Zo lang de IND verweerder niet heeft geadviseerd, is er geen ruimte voor verweerder ten nadele van de vreemdeling op dit advies vooruit te lopen en zelf een inhoudelijke beoordeling te geven. Verweerder is gehouden om zo spoedig mogelijk inhoudelijk op een verzoek om opvang te beslissen, ook indien aan andere bestuursorganen of derden advies wordt gevraagd. Het kan niet de bedoeling van het beleid zijn dat - door de beslissing over opvang afhankelijk te stellen van een dergelijk advies - een vreemdeling langdurig van opvang verstoken blijft terwijl hij mogelijk voldoet aan de voorwaarden van het beleid in TBV 2001/24. Indien een beoordeling van de vraag of aan de voorwaarden van het beleid wordt voldaan geruime tijd duurt, dient verweerder af te wegen of met gebruikmaking van de inherente afwijkingsbevoegdheid in afwachting van het advies niet (tijdelijk) in opvang dient te worden voorzien. Verweerder kan in dergelijke gevallen niet volstaan met een afwijzing van de aanvraag om opvang uitsluitend omdat nog niet vast staat dat niet aan de voorwaarden van het beleid wordt voldaan. De beslissing van verweerder is dan ook niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand gekomen. Het beroep is daarom gegrond. Met betrekking tot de vraag in het kader van de voorlopige voorziening of de gegrondverklaring van het beroep ertoe dient te leiden dat verweerder op dit moment reeds is gehouden aan verzoeker opvang te verlenen, overweegt de president dat in casu dit niet leidt tot toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening. Er is dit moment nog niet sprake van een geval, waarin verweerder met gebruikmaking van de inherente afwijkingsbevoegdheid opvang dient te verlenen omdat onvoldoende voortvarendheid is betracht bij het onderzoek of verzoeker voldoet aan de voorwaarden van het beleid van TBV 2001/24. In dit kader is van belang dat het beleid ten aanzien van de opvang van vreemdelingen in geval van een tweede of volgende asielaanvraag pas op 6 augustus 2001 is verruimd, en wel na de datum van aanvraag om opvang door verzoeker, terwijl verweerder voordien op grond van de Rva 1997 en het beleid opvang reeds uitsluitend vanwege het doen van een tweede of volgende aanvraag kon weigeren. Daarentegen kan het uitblijven van een beslissing niet eindeloos duren. De president gaat ervan uit dat zo spoedig mogelijk na het (nog) nader(e) gehoor van 24 september 2001alsnog op verzoekers (afkomstig uit Iran) verzoek om opvang wordt beslist althans dat in afwachting van een dergelijke beslissing hem (tijdelijk) opvang zal worden geboden.
Rechters
Advocaten
- J. Hofstede
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
