Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6888

Rechtbank 's-Gravenhage · 20-07-2001 · zaaknummer AWB 99/10081

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Irak / Failly-Koerd / vestigingsalternatief Noord-Irak. Ten tijde van eisers aanvraag om toelating als vluchteling was hierop werkinstructie 136 van toepassing. Eiser heeft vóórdat deze werkinstructie is vervangen door werkinstructie 188 bezwaar gemaakt tegen de afwijzende beslissing op zijn aanvraag. Verweerder heeft niet nagegaan of eiser op grond van werkinstructie 136 op enig moment aanspraak had op een verblijfstitel. Verweerder dient de aanvraag te beoordelen naar het beleid zoals dat gold vóór het moment waarop eiser bezwaar heeft gemaakt. Werkinstructies worden niet aangemerkt als beleidsregels. Verweerder komt ook geen beleidsvrijheid toe bij de beoordeling van vluchtelingschap. Niettemin dienen voor werkinstructies dezelfde uitgangspunten te gelden. Immers, om tot een intern consistente beslissingspraktijk te geraken, dienen bij de beoordeling van de asielaanvraag telkens dezelfde beoordelingspunten in aanmerking te worden genomen en hetzelfde beslissingskader. Deze beoordelingspunten zijn neergelegd in de werkinstructies. Verder vereist het consistentiebeginsel dat het bestuur zich gebonden acht aan door hemzelf vastgestelde regels, die bij de beslissing in individuele gevallen in acht worden genomen. Nu verweerder eisers aanvraag niet heeft beoordeeld in het licht van werkinstructie 136 valt geenszins uit te sluiten dat de beoordeling van de vraag of eiser vluchteling is aan een strengere beoordeling is onderworpen dan onder de vigeur van werkinstructie 136 het geval zou zijn geweest. De rechtbank ziet in het bovenstaande voldoende grond voor vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn stelling dat uit de enkele omstandigheden dat er zich in Noord-Irak een (kleine) gemeenschap is van Failly-Koerden, er twee belangenorganisaties zijn die zich inzetten voor hun belangen en goede contacten hebben met de KDP en PUK, reeds volgt dat eiser beschikt over gemeenschapsbanden als bedoeld in de brieven van de UNHCR van 11 december 1998 en 14 juni 1999 en de REK-uitspraken van 20 maart 2000. Verder is de rechtbank, gelet op hetgeen in het ambtsbericht van 12 april 2000 omtrent Failly-Koerden is opgenomen, van oordeel dat Failly-Koerden die niet (van oorsprong) afkomstig zijn uit Noord-Irak in beginsel geen vestigingsalternatief kan worden tegengeworpen, tenzij op grond van individuele feiten en omstandigheden kan worden geconcludeerd dat zij wel beschikken over voldoende banden in het gebied om toegang te kunnen krijgen tot de essentieel te achten basisvoorzieningen. In het geval van eiser blijkt uit het dossier niet op voorhand van feiten en omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat er voldoende banden met Noord-Irak aanwezig zijn. De beschikking is op dit punt dan ook onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd en dient te worden vernietigd. Beroep gegrond.

Rechters

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.