Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6830

Rechtbank 's-Gravenhage · 07-08-2001 · zaaknummer AWB 01/9738

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Witte-illegalenbeleid / ononderbroken verblijfplaats. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten onrechte aan eiser, een Marokkaan, de periode van 1 januari 1992 tot 24 februari 1992 heeft tegengeworpen. Verweerder hanteert het beleid ter uitvoering van TBV 1999/23, zoals ter zitting bevestigd, dat een onderbreking van het hoofdverblijf van minder dan drie maanden niet tegengeworpen wordt, mits deze periode niet aan het begin van de referteperiode valt. Dit uitvoeringsbeleid is naar het oordeel van de rechtbank evenwel niet conform de toelichting op en ratio achter TBV 1999/23. Die ratio is immers gelegen in het langdurig verblijf van een vreemdeling waarbij een korte onderbreking wegens bijvoorbeeld vakantie niet wordt tegengeworpen. Onderbreking in dit verband moet gelet op de toelichting en gelet op deze ratio naar het oordeel van de rechtbank opgevat worden in die zin dat de vreemdeling vóór de onderbreking reeds in Nederland verbleef. De rechtbank verwijst hiervoor in het bijzonder naar de zinsnede in de toelichting op voorwaarde 2 van TBV 1999/23, waarin is opgenomen dat de vreemdeling in ieder geval vanaf 1 januari 1992 woon- of verblijfplaats in Nederland heeft gehad. De bewoordingen 'in ieder geval' duiden naar het oordeel van de rechtbank op een voor de vreemdeling beschermende uitleg van voorwaarde 2. Blijkens het uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie is eiser op 26 oktober 1990 ingeschreven en op 4 september 1991 uitgeschreven met onbekende bestemming. Blijkens het overzicht van het GUO van 9 november 1992 was eiser van 12 april 1991 tot en met 6 december 1991 in dienst. Hieruit volgt dat eiser voor de onderbreking reeds in Nederland woonachtig was. Dit is door verweerder niet betwist. De periode van 6 december 1991 tot 24 februari 1992 betreft een periode van minder dan drie maanden. De facto is naar het oordeel van de rechtbank derhalve sprake van een onderbreking van de verblijfsperiode. Gelet hierop en in combinatie bezien met de toelichting op en ratio van het beleid en de uitleg die verweerder daaraan gegeven heeft, kleeft aan de bestreden beslissing een motiveringsgebrek, aangezien de beslissing niet gedragen wordt door de daaraan ten grondslag gelegde motivering. Beroep gegrond.

Rechters

Advocaten

  • J.L. Plokker

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.