Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6825

Rechtbank 's-Gravenhage · 22-02-2001 · zaaknummer AWB 00/4658

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Georgië / traumatabeleid. Verzoeker is een etnische Georgiër. Hij is afkomstig uit Abchazië en behoort tot de Svan bevolkingsgroep. Hij is door Abchaziërs meegenomen en heeft vijf jaar lang als krijgsgevangene vastgezeten. Gedurende deze periode is hij als slaaf behandeld. De president is van oordeel dat het asielrelaas van verzoeker niet aanstonds tot de conclusie kan leiden dat zijn verklaringen ongeloofwaardig dan wel onaannemelijk zijn. De president overweegt dat blijkens de ambtsberichten van 26 juni 1997, 27 juli 1998 en 25 mei 2000 niet kan worden uitgesloten dat etnische Georgiërs die in Abchazië leven, vanwege hun etnische afkomst problemen van de zijde van de bevolking ondervinden. Ten aanzien van verzoeker oordeelt de president dat verzoekers relaas geen aanknopingspunten biedt om aan te nemen dat hij voor vervolging te vrezen heeft. Hierbij wordt onder meer verwezen naar het ambtsbericht van 25 mei 2000 en de IND-werkinstructie nr. 229. Daarin wordt vermeld dat etnische Georgiërs afkomstig uit Abchazië, voor zover zij er niet in slagen bescherming te verkrijgen van de zijde van de Abchazische autoriteiten, zich elders in Georgië kunnen vestigen. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij - in weerwil van het laatsgenoemde ambtsbericht en de IND-werkinstructie - elders in Georgië geen vestigingsalternatief heeft. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat er geen aanleiding bestaat verzoeker in het bezit te stellen van een vtv op grond van het traumatabeleid. De overweging die verweerder daartoe heeft geleid is, dat nu er gerede twijfel bestaat over het relaas van verzoeker, ook de stelling dat verzoeker traumatische ervaringen heeft beleefd in zijn land van herkomst aan twijfel onderhevig is.De motivering van verweerders besluit om verzoeker niet in aanmerking te laten komen voor het traumatabeleid is onvoldoende nu de president van oordeel is dat verzoekers asielrelaas niet op voorhand ongeloofwaardig dan wel onaannemelijk is. Toewijzing verzoek.

Rechters

Advocaten

  • R. Vat

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.