Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6792

Rechtbank 's-Gravenhage · 06-09-2001 · zaaknummer AWB 01/25043

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Dublinclaim / 'asielverzoek' bij ambassade. Volgens artikel 3, eerste lid, bindt de Overeenkomst van Dublin (OvD) de lidstaten slechts met betrekking tot de behandeling van asielverzoeken die aan de grens of op het grondgebied van een van de lidstaten worden ingediend. Artikel 1, eerste lid, sub b OvD omschrijft een asielverzoek als een verzoek waarmee een vreemdeling bij een lidstaat de bescherming vraagt uit hoofde van het Vluchtelingenverdrag. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Besluit 1/97 van het Comité van artikel 18 OvD van 15 juni 1990, betreffende sommige bepalingen van de tenuitvoerlegging van de OvD, wordt een asielverzoek geacht te zijn ingediend vanaf het tijdstip waarop de autoriteiten van de betrokken lidstaat een schriftelijke aanwijzing - een door de asielaanvrager ingediend formulier, dan wel een door de autoriteiten opgesteld proces-verbaal - hebben ontvangen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn, gezien deze bepalingen in samenhang met elkaar, noch het door eiser bij gemachtigde ingediende asielverzoek van 30 augustus 2000, noch het door eiser op 16 november 2000 te Istanbul bij de Nederlandse ambassade ingediende verzoek om een mvv met het oog op politiek asiel, als een asielverzoek in de zin van de OvD aan te merken. Daarbij overweegt de rechtbank dat geen van beide verzoeken door eiser persoonlijk aan de grens of op het grondgebied van een van de lidstaten is ingediend. Uit de preambule en tekst van de OvD vloeit voort dat de intentie van de asielzoeker geen rol speelt bij de vaststelling van het voor de behandeling van het asielverzoek verantwoordelijke land. De stelling van de gemachtigde van eiser dat een niet persoonlijk, maar bij gemachtigde ingediend asielverzoek bij een lidstaat, of een bij een ambassade van een lidstaat vormvrij gedaan asielverzoek, bepalend kan zijn voor de verantwoordelijkheid van die lidstaat om het asielverzoek te behandelen is in strijd met de opzet van de OvD. Dat het in bijzondere omstandigheden mogelijk is een asielaanvraag op een ambassade in te dienen, betekent niet dat het verzoek van 16 november 2000 als een asielaanvraag in de zin van de OvD is aan te merken. Dat eiser naar aanleiding van het verzoek tot een mvv tweemaal is gehoord, vormt geen grond om de verantwoordelijkheidstoedeling volgens de OvD te doorbreken. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat eisers grief geen doel treft en dat conform artikel 3, tweede lid, OvD volgens de criteria van de artikelen 4 tot en met 8 OvD moet worden bezien welke lidstaat verantwoordelijk is. Het beroep van eiser op humanitaire gronden gerelateerd aan het overlijden van zijn zoon leidt niet tot de verplichting van verweerder om gebruik te maken van zijn bevoegdheid ex artikel 3.4 OvD. Verweerder heeft eisers wens om de berichten van de minister van Buitenlandse Zaken aangaande het overlijden van eisers zoon en het vervolg daarop en eisers wens om eventueel zelf nader onderzoek te bevorderen niet als humanitaire gronden die hem nopen de behandeling aan zich te trekken aangemerkt. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de Nederlandse autoriteiten geen verantwoordelijkheid dragen voor het overlijden van eisers zoon en dat bij de behandeling van eisers asielverzoek ook in Frankrijk eisers motieven die verband houden met het asielverzoek en het overlijden van zijn zoon betrokken zullen worden. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat Frankrijk niet in overeenstemming met artikel 10 van de OvD eisers asielverzoek volledig zal behandelen. Beroep ongegrond.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.