ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6735
Rechtbank 's-Gravenhage · 21-08-2001 · zaaknummer AWB 01/36958, 01/36959
Inhoudsindicatie
AC-procedure / Palestijnen / Gaza-strook. Eiser is van Palestijnse origine en afkomstig uit de Gaza-strook. De president is van oordeel dat verweerder op grond van het asielrelaas van verzoeker - hoewel het nader gehoor van verzoeker niet onbelangrijke lacunes vertoont - terecht heeft geconcludeerd dat verzoeker geen verdragsvluchteling is. Geconcludeerd moet echter worden dat verweerder niet op juiste gronden en op zorgvuldige wijze binnen de AC-procedure heeft kunnen concluderen dat verzoeker bij gedwongen terugkeer naar Gaza geen reëel risico loopt te worden onderworpen aan een behandeling als verboden door artikel 3 EVRM. Naar het oordeel van de president is de door verweerder gebruikte - verouderde - informatie uit openbare bronnen zoals rapporten van Human Rights Watch en Amnesty International, die niet ziet op de huidige situatie in Israël en de bezette gebieden, in het onderhavige geval niet toereikend geweest om tot een zorgvuldige inschatting van de risico’s voor verzoeker te komen. Dit geldt evenzeer voor de recente berichtgeving in de media. Ook daaruit wordt immers slechts in beperkte mate duidelijk welke algemene bevindingen op grond van de recente ontwikkelingen kunnen worden gedaan, en welke conclusies op grond daarvan kunnen worden getrokken. Gegeven de huidige gespannen, geëscaleerde en veranderlijke situatie in Israël en de bezette gebieden - de wijze waarop het Palestijnse gezag jegens Hamas-sympathisanten optreedt daaronder begrepen - kon verweerder zich naar het oordeel van de president niet zonder actuele en geverifieerde informatie omtrent de huidige situatie voor personen met een achtergrond als die van verzoeker - die sympathisant is van de Hamas-beweging en als zodanig verschillende activiteiten voor deze beweging heeft verricht; verschillende malen op negatieve wijze met zowel de Israëlische als de Palestijnse autoriteiten in aanraking is geweest; en wiens broer inmiddels, naar gesteld en niet gemotiveerd in twijfel getrokken, is opgepakt door de Palestijnse autoriteiten - op het standpunt stellen dat verzoeker bij terugkeer naar Gaza geen reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM. Daarbij acht de president overigens tevens van belang dat het asielrelaas van verzoeker in het nader gehoor op belangrijke punten onvoldoende uit de verf is gekomen en dat onduidelijk is gebleven in hoeverre de arrestatie van de broer van verzoeker gevolgen voor de persoonlijke situatie van verzoeker zou kunnen hebben. De conclusie is dan ook dat verweerder in het onderhavige geval geen genoegen heeft kunnen nemen met de beschikbare informatie, en dus nader onderzoek had dienen te doen, iets waarvoor de door verweerder gehanteerde AC-procedure, gelet op de beperkte tijd die daarvoor beschikbaar is, zich niet leent. Afwijzing verzoek, beroep gegrond.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- A.E.W. Buskens
- I. PROCESVERLOOP
- L. Vellenga-van Nieuwkerk
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
