ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6692
Rechtbank 's-Gravenhage · 06-08-2001 · zaaknummer AWB 01/30049
Inhoudsindicatie
Dublinclaim / voornemen. Allereerst is aan de orde of het verzoek om voorlopige voorziening ontvankelijk is. Van belang hierbij is of het voornemen van verweerder eiser te claimen bij de Belgische autoriteiten voor bezwaar of beroep vatbaar is. Verzoeker heeft in dit kader aangevoerd dat het bezwaar zich richt tegen het voornemen van verweerder om de behandeling van het asielverzoek van verzoeker over te dragen aan België. Volgens de gemachtigde van verzoeker moet dit voornemen worden gezien als een handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, Vw 2000 en bestaat derhalve de mogelijkheid hiertegen bezwaar te maken. De memorie van toelichting bij artikel 72, derde lid, Vw 2000 geeft aan dat hier feitelijke handelingen worden bedoeld. De president is echter van oordeel dat een voornemen als hier aan de orde geen feitelijke handeling is ter uitvoering van de Vw 2000. Het voornemen van verweerder om verzoeker te claimen bij de Belgische autoriteiten, is niets meer of minder dan een schriftelijke beslissing van verweerder in het kader van de te volgen procedure op grond van de Overeenkomst van Dublin (OvD). Op grond van artikel 72, derde lid, Vw 2000 staat in het onderhavige geval dan ook geen rechtsmiddel open. Naar het oordeel van de president moet het voornemen van verweerder worden opgevat als een voorbereidingsbeslissing als bedoeld in artikel 6:3 Awb. Een dergelijk besluit is niet vatbaar voor bezwaar of beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. Hiervan is naar het oordeel van de president in het onderhavige geval geen sprake. Verzoeker heeft aangevoerd dat zijn belang er in is gelegen dat door dit voornemen zijn asielverzoek niet inhoudelijk in behandeling wordt genomen. De hier door verweerder gevolgde procedure in het kader van de OvD strekt er nu juist toe om te onderzoeken of Nederland danwel een ander land de behandeling van het asielverzoek op zich dient te nemen. De vraag of verweerder de aanvraag van verzoeker inhoudelijk dient te behandelen kan dan ook eerst aan de orde komen nadat verweerder de beschikking op de aanvraag van verzoeker heeft genomen. Eerst dan valt immers pas het toetsingsmoment of verweerder terecht besloten heeft het asielverzoek al dan niet inhoudelijk te behandelen. Het voornemen van verweerder om verzoeker te claimen bij de Belgische autoriteiten treft verzoeker los van dit voornemen dan ook niet rechtstreeks in zijn belangen, zodat hiertegen geen bezwaar of beroep openstond. Verzoek niet-ontvankelijk.
Rechters
Advocaten
- I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
- K. van Zijp
- R.Vat
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
