Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6617

Rechtbank 's-Gravenhage · 18-06-2001 · zaaknummer AWB 01/22617

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewaring / kennisgeving schadevergoeding. Verweerder heeft betoogd dat de aan de vreemdeling, een Algerijn, vanwege het niet-tijdig doen van de kennisgeving ex artikel 96, eerste lid, Vw 2000, toe te kennen schadevergoeding dient te worden gematigd, nu de rechtbank op grond van artikel 96, tweede en derde lid, Vw 2000 na ontvangst van de kennisgeving dan wel het beroepschrift een termijn van in totaal twee weken heeft voor het verrichten van het vooronderzoek en het doen van de uitspraak en de bewaring, gelet hierop, eerst na afloop van die termijn onrechtmatig is geworden, althans de vreemdeling eerst dan in zijn belangen is geschaad door het niet-tijdig doen van de kennisgeving. In dit verband heeft verweerder voorts betoogd dat het niet-tijdig doen van de kennisgeving een formeel gebrek betreft en voor matiging van de schadevergoeding mitsdien aanleiding bestaat. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met dit betoog miskent dat de termijn waarbinnen een kennisgeving moet worden gedaan in het licht van het bepaalde in artikel 5 EVRM een essentiële waarborg is om de rechtmatigheid van de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel periodiek te (doen) toetsen en bij het niet-tijdig doen van een kennisgeving van een formeel gebrek derhalve geen sprake is. Daarom kan niet staande worden gehouden dat bij overschrijding van de termijn voor het doen van de kennisgeving ex artikel 96, eerste lid, Vw 2000 de bewaring eerst vanaf een later gelegen tijdstip onrechtmatig is of dat de vreemdeling eerst dan in zijn belangen is geschaad door de termijnoverschrijding. Verweerder dient zich voortdurend binnen de in artikel 96, eerste lid, Vw 2000 genoemde termijn van vier weken, maar in elk geval expliciet vóór het verstrijken van de termijn, een oordeel te vormen over de vraag of het voortduren van de bewaring bij afweging van alle daarbij betrokken belangen gerechtvaardigd is te achten. Bij een ontkennende beantwoording van die vraag dient verweerder de bewaring onmiddellijk op te heffen. Indien voortduring van de bewaring naar het oordeel van verweerder wel gerechtvaardigd is, dient hij de rechtbank daarvan binnen genoemde termijn in kennis te stellen, opdat deze zich hierover kan uitspreken. Toewijzing verzoek om schadevergoeding.

Rechters

Advocaten

  • D. Grip
  • F. Fonville

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.