Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6507

Rechtbank 's-Gravenhage · 16-11-2001 · zaaknummer AWB 01/55889

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewaring / uitzetting / voortvarendheid. Namens eiser, een Pakistaan, is aangevoerd dat eiser reeds van januari 2001 tot 13 september 2001 in bewaring heeft verbleven, gedurende welke periode het niet is gelukt eiser uit te zetten. Er zijn thans geen nieuwe feiten en/of omstandigheden die maken dat er thans wel zicht op uitzetting bestaat. Derhalve is de huidige maatregel van bewaring onrechtmatig. De rechtbank is gebleken dat op 13 september 2001 een eerdere maatregel van bewaring is opgeheven om de reden dat aan eiser een straf van drie dagen is opgelegd waarna hij in strafrechtelijke detentie is gegaan. Na de strafrechtelijke detentie is eiser abusievelijk in vrijheid gesteld waarbij is verzuimd eiser opnieuw in bewaring te stellen. Vervolgens werd eiser ervan verdacht op 24 oktober 2001 een nieuw strafbaar feit te hebben gepleegd en is hij na beëindiging van het strafrechtelijk voortraject in bewaring gesteld. Daar er aangaande de uitzetting geen nieuwe feiten en/of omstandigheden naar voren zijn gekomen acht de rechtbank het aangewezen om bij het antwoord van de vraag of het voortduren van de maatregel van bewaring gerechtvaardigd is de termijn die eiser reeds eerder in bewaring heeft doorgebracht te betrekken. De rechtbank is van oordeel dat het voortduren van de bewaring gerechtvaardigd is, nu nog niet onvoldoende zicht bestaat op uitzetting van eiser op afzienbare termijn. De rechtbank stelt vast dat eiser weliswaar bijna negen maanden in bewaring verblijft doch nu eiser zich van meerdere aliassen heeft bediend en hij niet wil meewerken aan de vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit acht de rechtbank de bewaring bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid nog gerechtvaardigd. De rechtbank ziet thans geen aanleiding de bewaring op te heffen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat op 23 mei 2001 de aanvraag voor een laissez-passer door de Algerijnse autoriteiten in behandeling is genomen. Daarnaast is sedert 6 augustus 2001 een aanvraag voor een laissez-passer bij de Indiase autoriteiten in onderzoek genomen. Dat er nog geen laissez-passer voor eiser is afgegeven brengt naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer met zich dat er geen zicht op uitzetting van eiser op afzienbare termijn bestaat. Hierbij acht de rechtbank eveneens van belang dat verweerder recentelijk zowel bij de Algerijnse autoriteiten alsmede bij de Indiase autoriteiten heeft gerappelleerd met betrekking tot de aanvragen voor een laissez-passer, laatstelijk op 31 oktober 2001. Gelet op het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende voortvarendheid betracht bij de uitzetting van eiser. Beroep ongegrond.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

  • E.J. Takkenberg
  • S.S. Ilahi

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.