ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6499
Rechtbank 's-Gravenhage · 25-10-2001 · zaaknummer AWB 00/62588
Inhoudsindicatie
Termijnoverschrijding / ontvankelijkheid. Het bezwaarschrift van eiseres is niet ingediend binnen de termijn van vier weken. Ter beoordeling staat derhalve de vraag of verweerder zich op juiste gronden op het standpunt heeft gesteld dat de geconstateerde termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat de handelswijze van verweerder - de voorlegging van het bezwaarschrift van eiseres aan de ACV - in het onderhavige geval niet kan leiden tot de gevolgtrekking dat de niet-verschoonbare termijnoverschrijding alsnog verschoonbaar wordt. De rechtbank stelt vast dat de voorlegging van het bezwaar van eiseres aan de ACV heeft plaatsgevonden eerst nadat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift was verstreken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich derhalve terecht op het standpunt gesteld dat eiseres daaraan niet het vertrouwen kon ontlenen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift brengt met zich dat de rechtbank niet inhoudelijk kan ingaan op de vraag of eiseres als dan niet in aanmerking komt voor toelating als vluchteling, dan wel voor verlening van een vtv. Voor de vraag of verweerder er in het onderhavige geval aan gehouden was zich in het bestreden besluit uit te laten over de - eventuele - aanspraak van eiseres op een vvtv, geldt naar het oordeel van de rechtbank hetzelfde. Hoewel uit de REK-uitspraak AWB 95/2646 van 2 november 1995 kan worden afgeleid dat de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift niet met zich brengt dat niet inhoudelijk kan worden ingegaan op de vraag of de asielzoeker in aanmerking komt voor een vvtv, is de rechtbank van oordeel dat deze uitspraak op dit punt niet - langer - als maatgevend kan worden beschouwd. Sinds januari 1997 luidt de tekst van hoofdstuk B7/15.2, Vc-1994, - voorzover van belang - als volgt: Indien de aanvragen om toelating als vluchteling en verlening van een vergunning tot verblijf niet worden ingewilligd zal, voor alle vreemdelingen die in aanmerking komen voor een vvtv, deze vergunning reeds in eerste aanleg worden opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat verweerder de aanspraak van een vreemdeling op een vvtv niet langer in de bezwaarfase, maar direct in de aanvraagfase dient te beoordelen. Nu verweerder zich reeds in het besluit in primo heeft uitgelaten over de aanspraak van eiseres op een vvtv, kon een dergelijke afweging in bezwaar - mede gelet op de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar - dan ook achterwege blijven. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
- I. PROCESVERLOOP
- J.M.M. Verstrepen
- K. Celebi
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
