ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6315
Rechtbank 's-Gravenhage · 13-07-2001 · zaaknummer AWB 01/27429, e.v.
Inhoudsindicatie
SAMENVATTING AC-procedure / tweede aanvraag De rechtbank stelt voorop dat de onderhavige aanvraag van eisers een tweede aanvraag betreft. De rechtbank is van oordeel dat, nu de bestreden beslissingen op de hernieuwde verzoeken om toelating als vluchteling wederom strekken tot niet-inwilliging daarvan, de beroepen van eisers slechts de weg kunnen openen tot beantwoording van de vraag of na het besluit van 30 september 1998 nieuwe - in beginsel door eisers aan te voeren en aannemelijk te maken - omstandigheden naar voren zijn gekomen, die verweerder noopten dan wel hem aanleiding gaven tot heroverweging. De omstandigheid dat verweerder zich in de bestreden besluiten niet strikt heeft beperkt tot de beoordeling van de door eisers gestelde nieuwe feiten en omstandigheden (nova) maakt dit niet anders. De stelling van eisers, onder verwijzing naar het door verweerder voorgestane beleid, zoals blijkt uit een brief van verweerder van 13 december 1999, dat de medische situatie in de onderhavige procedure wel van belang is vanwege het tegengeworpen verblijfsalternatief in Noord-Irak, kan geen stand houden. Het gaat te dezen immers niet om een verblijfs- of vestigingsalternatief voor uit Centraal-Irak afkomstige personen zoals bedoeld in evengenoemde brief, daar eisers afkomstig zijn uit Noord-Irak. Eerst ter zitting hebben eisers zich erop beroepen dat de 48-uurstermijn die beschikbaar is voor afdoening in de AC-procedure is overschreden. De rechtbank stelt voorop dat er geen grondslag is op grond waarvan de rechtbank afdoening binnen 48 proces-uren ambtshalve zou moeten toetsen. Voorts kan niet gezegd worden dat het hier feiten en omstandigheden betreft die na het nemen van het bestreden besluit zijn opgekomen in de zin van artikel 83 Vw 2000. De rechtbank is van oordeel dat het beroep op de termijnoverschrijding tardief is en daarom wegens strijd met de goede procesorde niet in de beoordeling van het beroep meegenomen dient te worden. De stelling van de gemachtigde van eisers dat zij niet eerder de gelegenheid had dit argument naar voren te brengen, nu zij het departementale dossier pas de dag voor de zitting heeft ontvangen, is geen rechtvaardiging voor het feit dat het eerst ter zitting naar voren wordt gebracht. Immers, ter zitting heeft de gemachtigde erkend dat het tijdsverloop zoals vermeld op de zogenaamde stappenkaart, wel bij de vorige gemachtigde, de Stichting Rechtsbijstand Asiel (SRA), bekend was. Dat dit betreffende onderdeel van het dossier van SRA niet aan de huidige gemachtigde is opgestuurd, dient voor rekening en risico van eisers te blijven. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
- A.E.B. Buskens
- C.E. Stassen-Buijs
- I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
