ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6271
Rechtbank 's-Gravenhage · 16-05-2001 · zaaknummer AWB 00/3542
Inhoudsindicatie
SAMENVATTING Afghanistan / vvtv / doorprocederen. Afghaanse eiser heeft vvtv met ingang van 5 januari 1999. De rechtbank is van oordeel dat eiser een rechtens te honoreren belang heeft bij een uitspraak over de vraag of verweerder al dan niet terecht heeft aangenomen dat hij geen vluchteling is. Immers, indien de rechtbank tot het oordeel komt dat het bestreden besluit onrechtmatig is, dient rechtsherstel plaats te vinden in die zin dat eiser in dezelfde positie wordt geplaatst als waarin hij zou hebben verkeerd als er niet onrechtmatig zou zijn besloten. Als in het onderhavige geval het bestreden besluit onrechtmatig zou blijken omdat verweerder eiser ten onrechte althans op ontoereikende gronden toelating zou hebben geweigerd, zou verweerder een nieuw besluit dienen te nemen. Indien verweerder dan alsnog tot toelating als vluchteling zou concluderen, dan zou verweerder eiser onder herroeping van het primaire besluit met ingang van de datum van zijn aanvraag als vluchteling moeten toelaten. Daaruit volgt dat hij zou dienen te worden behandeld als ware hij op 1 april 2001 in het bezit van een verblijfsvergunning op grond van toelating als vluchteling. Op grond van artikel 115, zevende lid, Vw 2000 zou deze vergunning alsdan omgezet zijn in een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, terwijl thans zijn vergunning is omgezet in een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. De artikelen 117 en 118 Vw 2000 bieden geen aanknopingspunt voor het oordeel dat bij opnieuw voorzien door verweerder uitsluitend een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zou kunnen worden verstrekt. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op het thans besproken geval omdat zij naar doel en strekking zien op lopende aanvragen en bezwaarzaken waarop dan wel waarin op 1 april 2001 nog niet is beslist. De toelichting op de artikelen 117 en 118 Vw 2000 bevat geen aanknopingspunt voor het oordeel dat is beoogd genoemde artikelen mede van toepassing te doen zijn op gevallen waarin na vernietiging van een vóór 1 april 2001 genomen besluit op bezwaar door verweerder na 1 april 2001 opnieuw beslist dient te worden. Gelet op hetgeen in is overwogen ten aanzien van verweerders plicht tot rechtsherstel, is de omstandigheid dat eiser op 1 april 2001 feitelijk niet zou zijn toegelaten als vluchteling niet van belang bij de beantwoording van de vraag welke vergunning verleend zou moeten worden als verweerder, opnieuw voorziend, tot toelating als vluchteling zou concluderen. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet voor toelating in aanmerking komt. Beroep ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
