ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6196
Rechtbank 's-Gravenhage · 24-07-2001 · zaaknummer AWB 01/30482
Inhoudsindicatie
Bewaring / staandehouding / piketmelding. Anders dan namens de vreemdeling, een Egyptenaar, is betoogd is de rechtbank van oordeel dat de staandehouding van de vreemdeling rechtmatig heeft plaatsgevonden. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de adrescontrole die aanleiding vormde tot staandehouding van de vreemdeling werd verricht om te onderzoeken of een uitgeprocedeerde asielzoeker met een bepaalde naam al dan niet in de betreffende woning verbleef. Bij deze stand van zaken mocht de vreemdelingendienst bij het aantreffen van de vreemdeling aan hem vragen of hij deze persoon was en bij het ontwijkende antwoord dat hij op die vraag gaf, doorvragen omtrent zijn identiteit. Niet uitgesloten was immers dat de vreemdeling - anders dan hij had verklaard - wel degelijk deze persoon was, terwijl voorts gezien de context waarin de adrescontrole plaatsvond een reële mogelijkheid aanwezig was andere illegale vreemdelingen aan te treffen in deze woning. De omstandigheid dat de precieze reden van de adrescontrole pas ter zitting door verweerder is medegedeeld acht de rechtbank niet relevant. Het betreft immers slechts een ondergeschikt punt dat niet een geheel nieuw licht op de zaak werpt. Niet aannemelijk is geworden dat de vreemdeling daardoor in zijn belangen is geschaad. Namens de vreemdeling is voorts betoogd dat verweerder onvoldoende inspanningen heeft verricht om te trachten de vreemdeling - overeenkomstig zijn wens - te laten bijstaan door een advocaat bij het gehoor ex artikel 59 Vw 2000. De rechtbank is van oordeel dat deze klacht faalt en overweegt hiertoe het volgende. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting valt op te maken dat de vreemdelingendienst reeds vóórdat het gehoor inzake de ophouding van de vreemdeling plaatsvond, namelijk om 15.55 uur, een fax had verzonden naar de piketcentrale, die op dat moment naar de rechtbank aanneemt geopend was. Nu om 20.07 uur nog steeds geen reactie was ontvangen op deze melding kon de vreemdelingendienst ertoe besluiten het gehoor ex artikel 59 Vw 2000 zonder aanwezigheid van een advocaat te laten plaatsvinden. Het feit dat de piketcentrale op dat moment inmiddels gesloten was bracht in het onderhavige geval niet de noodzaak met zich mee om het gehoor overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.3.4.2. sub c Vc 2000 uit te stellen. Deze bepaling ziet naar het oordeel van de rechtbank op de situatie waarin de piketcentrale reeds ten tijde van een eerste melding gesloten is. De aldaar genoemde wachttijd van twee uur na verzending van de melding was in het onderhavige geval reeds ruim verstreken. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
