Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6195

Rechtbank 's-Gravenhage · 31-07-2001 · zaaknummer AWB 01/31826

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewaring / voorlopige maatregel / VRIS. Uit de gedingstukken blijkt dat eiser, van Indiase nationaliteit, op 9 juli 2001 door personeel van de HEMA te Schiedam op heterdaad is betrapt op winkeldiefstal en overgedragen aan de politie. Eiser is op 11 juli 2001 om 16.00 uur in voorlopige bewaring gesteld. Deze maatregel is na beëindiging van het strafrechtelijke voortraject om 17.05 uur in werking getreden. De volgende dag om 13.20 uur is eiser in definitieve bewaring gesteld. In de uitspraak van 24 december 1998 (Awb 98/8644) heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank vastgesteld dat de oplegging van een voorlopige maatregel van bewaring, niet alleen naar vorm een bevel tot bewaring als bedoeld in artikel 26 Vw is, doch ook gelet op de strekking ervan - waarbij vooral het belang voor het doen aanvangen van de bewaring geen nadere handeling of beslissing van verweerder is vereist - moet worden aangemerkt als een zodanig bevel. De rechtbank heeft in dit verband verder overwogen dat bij oplegging van een voorlopige maatregel van bewaring dezelfde wettelijke waarborgen, die gelden bij de oplegging van een definitieve maatregel van bewaring, in acht moeten worden genomen. De rechtbank is van oordeel dat voornoemde overwegingen evenzeer van toepassing zijn bij de oplegging van een maatregel van bewaring onder het regime van Vw 2000. Naar het oordeel van de rechtbank betekent dit dat het bepaalde in artikel 94, eerste lid, Vw 2000, inhoudende dat de rechtbank op uiterlijk de derde dag na bekendmaking van een vrijheidsontnemende maatregel hiervan in kennis moet worden gesteld, eveneens van toepassing is op gevallen waarin een voorlopige maatregel van bewaring is opgelegd. De rechtbank stelt vast dat zij in het onderhavige geval niet in kennis is gesteld van de aan eiser opgelegde voorlopige maatregel van bewaring terwijl, aansluitend op de beëindiging van de strafrechtelijke detentie, eisers vrijheid ruim twintig uren enkel op grond van voornoemde maatregel is ontnomen. Verweerder heeft hierdoor de rechtbank de mogelijkheid ontnomen zich binnen de bij wet gestelde termijn een oordeel te vormen omtrent de vraag of de hiervoor bedoelde wettelijke waarborgen in acht zijn genomen alvorens aan eiser de maatregel van voorlopige bewaring is opgelegd. Beroep gegrond.

Rechters

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.